Alopecia diffusa

Haren groeien niet continu, zoals wel het geval is bij vingernagels, maar iedere haarfollikel doorloopt een drietal fasen: de anagene, de katagene en de telogene fase/de haarfollikels doorlopen deze fasen niet synchroon.
In de groeifase of anagene fase wordt het haar, dat bestaat uit de medulla, cortex en cuticula, gevormd door continue mitosen van de diep in de follikel gelegen matrixcellen. Zo groeien haren ongeveer 0,35 mm per dag gedurende drie tot zes jaar. Bij jong volwassenen is ongeveer 80% van de haren in de anagene fase.
De overgangsfase of katagene fase duurt slechts enkele dagen. In deze fase stopt de mitoseactiviteit. De haarwortel welke normaal in de subcutis zit, schuift naar de dermis tot in het niveau van de talgklieren. Er resteert een verzameling ongedifferentieerde cellen in de subcutis waaruit later weer een nieuwe haar ontstaat.
In de rustfase of telogene fase is er geen groei-activiteit. Dit deel van de cyclus duurt gemiddeld 3 maanden. Aan het einde van de telogene fase valt de haar uit of belandt in de kam.
Het verloop van de haarcyclus is voor iedere haarfollikel en voor iedere lokalisatie genetisch bepaald en verschillend. De haren bevinden zich allen in een andere moment van de haarcyclus en gaan een voor een over in een andere fase. Wanneer echter onder invloed van bepaalde factoren veel haren op hetzelfde moment overgaan in de katagene en telogene fase, zal ook het uitvallen van deze haren min of meer op hetzelfde moment plaatsvinden. De haren kunnen nog ongeveer 3 maanden in de haarfol- likel blijven en worden dan vervangen. In dit geval is sprake van een telogeen effluvium.
Wanneer een vrij acute inhibitie van de normale haargroei optreedt, zoals wel gezien wordt tijdens chemotherapie, worden de haarwortels dystrofisch. Het aantal follikels in de telogene fase is dan normaal, echter de haarwortels in de anagene fase zijn voor een groot deel misvormd. Ze breken dan af op hun zwakste punt en vallen enkele uren tot dagen later uit. Men spreekt in dit geval van een anageen effluvium. Een telogeen effluvium verloopt daarentegen veelal subklinisch of zonder merkbare vermindering van de implantatiedichtheid van het haar.
Op hogere leeftijd gaat een deel van de haarfollikels in regressie en produceert eerst alleen nog maar zeer fijn en kort vellushaar. Later verdwijnt de haarfollikel. Zowel bij vrouwen maar met name bij mannen wordt dit gezien. Deze vorm van alopecia is genetisch bepaald, staat onder invloed van het mannelijke geslachtshormoon en wordt alopecia androgenetica genoemd.
Ook bij vrouwen wordt een androgenetische alopecia gezien waarbij de beharing centraal op het hoofd duidelijk dunner is. Een meer diffuse distributie komt soms voor.
Wanneer een telogeen effluvium optreedt bij deze mensen, komt dit androgenetisch patroon eerder aan het licht. Na enige tijd namelijk zullen de follikels van de telogeen uitgevallen haren weer een nieuwe haar gaan produceren. De haarfollikels die gevoeliger zijn voor androgenen, zullen echter geen terminale haargroei meer geven. Bij een zuiver telogeen effluvium zullen de haren binnen 6 maanden weer allen terug zijn, tenzij er repeterende factoren optreden die de haargroei negatief beïnvloeden. Totale kaalheid van de hoofdhuid wordt bij telogeen effluvium normaal niet gezien.
Oorzaken van alopecia diffusa
<typolist>
Indien sprake is van een zuiver telogeen effluvium bestaat de haaruitval uit teloJgene haren en spelen lichamelijke en mentale stressfactoren vaak een rol. Koorts, infectieziekten, een bevalling, operaties, bloedverlies, strenge diëten en emotionele stress kunnen een verhoogde overgang in de telogene fase veroorzaken.
</typolist>
<typolist>
Een zuiver anageen effluvium ziet men a.g.v. expositie aan stoffen die de haargroei ernstige schade toebrengen. Er is een zeer uitgebreide haaruitval van anagene haren. Vaak zijn er ook dystrofische haarwortels. De ernst van de haaruitval is gerelateerd aan de mate van expositie aan deze stoffen. De meest voorkomende oorzaak is het gebruik van cytostatica. Ook gebruik van colchinine geeft een anageen effluvium. Intoxicaties met thallium, gebruikt als pesticide, arsenicum en zware metalen zoals kwik en lood, kinnen eveneens een anageen effluvium geven.
</typolist>
<typolist>
Bij androgenetische alopecia wordt een verminderde implantatiedichtheid gezien op de typische locaties voor het mannelijk kaalheidspatroon; dit is genetisch bepaald. Deze vorm van alopecia komt ook voor bij vrouwen. De haardos wordt bij hen meestal dunner in het frontopariëtale gebied, maar met behoud van de frontale haargrens zodat het vaak wordt aangezien voor een diffuse alopecia.
</typolist>
<typolist>
Alopecia areata kan zich soms presenteren met een snel progressieve diffuse haaruitval. Totale alopecia en zelfs universele alopecia komt voor.
</typolist>
<typolist>
Bij een aantal genetische stoornissen, deels met een metabole achtergrond (homocysteïnurie) deels op grond van ectodermale ontwikkelingsstoornissen (ectodermale dysplasie), wordt diffuse alopecia qezien. Dikwijls worden we echter geconfronteerd met vormen van diffuus haarverlies die zich niet eenvoudig laten vertalen. Soms omdat er diverse noxen in het spel zijn, vaak is er echter ook sprake van een diffuse vermindering van het haarkleed zonder dat de patiënt klaagt over haaruitval. Dit doet zich o.a. voor bij een ijzerdeficiëntie (ook zonder anemie) en bij diverse interne en chronische aandoeningen. Daarnaast zijn er een aantal ziektebeelden die gepaard gaan met diffuus haarverlies zonder dat het onderliggend mechanisme is opgehelderd.
</typolist>
<typolist>
Interne ziekten en ernstige chronische ziekten zoals leverziekten en systeem- ziekten waaronder LE en het syndroom van Sjogren. Bij nierinsufficiëntie wordt diffuse alopecia gezien, na hemodialyse treedt geen verbetering op. Haarverlies kan ook een symptoom zijn van een onderliggende maligniteit.
</typolist>
<typolist>
Veel geneesmiddelen: alle anti-coagulantie (heparine, coumarines), thyreostatica, betablokkers, ACE-remmers, terfenadine, diclofenac, allopurinol, anti-epileptica (trimethadion, valproïnezuur), vitamine A-derivaten, cholesterol verlagende middelen, anti-parkinson medicatie (Ievodopa), immunosuppressiva, anti-malariamiddelen, lithium, amitryptiline, antibiotica, ibuprofen, ascal (mogelijk het gevolg van ijzer- tekort door occult bloedverlies), androgenen en soms bij orale anti-conceptiva.
</typolist>
<typolist>
Endocriene stoornissen en hormonale veranderingen zoals verlaagde hypofy- sefunctie, hypothyreoidie en hypopara-thyreoïdie. Bij diabetespatiënten komt diffuus haarverlies voor indien er sprake is van een slechte regulering. Een aantal jonge vrouwen met haarverlies heeft een verlaagd SHBG.
</typolist>
<typolist>
Insufficiënte voeding met eiwittekort, insufficiënte calorie intake en zink- of ijzertekort geeft alopecia diffusa. Essentiële vetzuurdeficiëntie wordt bij langdurige parenterale voeding gezien. Bij ernstige diarree treedt secundair een eiwittekort op.
</typolist>
<typolist>
Diffuse alopecia zonder onderliggend lijden wordt bij een aantal vrouwen gezien, met name post menopauzaal, ook zonder dat sprake is van een stoornis in het androgeen metabolisme. Soms wordt een seizoensgebonden haaruitval gezien. Ook direct trauma van de haren kan een beeld van alopecia diffusa geven. De haren breken af door externe beschadigingen zoals frequent verven, föhnen, herhaalde tractie (paardestaart) e.d., maar ook bij een habituele tic (trichotillo-manie).
</typolist>
Anamnese en onderzoek
Zowel een uitvoerige anamnese als inspectie zijn noodzakelijk om informatie te krijgen over de aard en mogelijke oorzaken van de haaruitval waarmee de patiënt komt. Informeren naar organische en psychische stressfactoren die aan de haaruitval vooraf gingen, cyclus anomalieën, medicamentgebruik, onderliggende ziekten, beroep, e.d. kan richting geven aan een mogelijke oorzaak. Bij klinisch onderzoek wordt de hoofd- huid geïnspecteerd op aanwezigheid van atrofie, erytheem, schilfering, haarfollikels, haren en hun implantatiedichtheid. De trekvastheid van de haren kan op een eenvoudige maar subjectieve wijze worden bepaald. Ook de haarwortel wordt bekeken. Huid en nagels moeten geïnspecteerd worden, soms is de groei van de nagels gestoord en zijn er ichtyosiforme veranderingen aan de huid.
Bij laboratoriumonderzoek in de eerste plaats een bloedbeeld, bezinking, ijzer, ferritine, TSH, zink, TPHA en bij vrouwen evt. een hormonale status. Op indicatie: ANA, leverfuncties, nierfuncties, albumine, screening op een mogelijk onderliggende maligniteit en evt. bepaling arsenicum en thallium in de 24-uurs urine. Bij twijfel kan een haarwortelstatus worden gemaakt of een hoofdhuidbiopt worden genomen.
Behandeling
Indien sprake is van telogeen effluvium en onderliggend lijden wordt gevonden zal dit, zo mogelijk, weggenomen of behandeld moeten worden. Deficiënties dienen gesuppleerd te worden. Goede respons wordt wel gezien na een ijzerkuur, ook bij een normaal serum-ijzer. Bij het vermoeden dat een medicament de oorzaak is, zou men kunnen overwegen dit te wijzigen of zo mogelijk te staken. Haaruitval a.g.v. cytostatica is reversibel.
Experimenten met tijdelijk occluderen van de bloed doorstroming van de hoofdhuid, tijdens en vlak na chemotherapie, geeft wisselend resultaat. Anti-androgene behandeling (Diane 35 met of zonder cyproteronacetaat) heeft alleen zin indien er sprake is van alopecia androgenetica.
Tot slot
Telogeen effluvium en alopecia diffusa, veelvoorkomende klachten, kunnen aanleiding geven tot grote ongerustheid bij de patiënt. Dikwijls is er uitsluitend sprake van subjectief toegenomen haaruitval en kan de patiënt gerustgesteld worden. Bij objectieve aanwijzingen voor daadwerkelijke alopecia dient een anamnese en laboratoriumonderzoek naar behoren te worden verricht, om een onderliggende oorzaak uit te sluiten. Soms ligt de oorzaak voor de hand, maar vaak is het onderzoek een tijdrovende aangelegenheid en spelen meerdere factoren een rol.


