Alvleesklier operatie
Alvleesklieroperaties voor kwaadaardige aandoeningen
Deze pagina geeft u informatie over de gang van zaken rond een alvleesklieroperatie bij kwaadaardige aandoeningen.
Ligging van de alvleesklier (plaatje A)
De alvleesklier ligt achter de maag boven in de buik en helpt bij de spijsvertering en maakt insuline. De alvleesklier is verbonden met de 12-vingerige darm. Zijn afvoergang komt hierin uit, evenals de galwegen.

- Plaatje A
Diagnose en onderzoek
Om tot een alvleesklieroperatie te besluiten moeten uitgebreide onderzoeken van galwegen, 12-vingerige darm en alvleesklier plaatsvinden: duodenoscopie, opspuiten met contrast van de galwegen en alvleesklier afvoergang. CT-scan van alle organen boven in de buik en specifiek van de alvleesklier. Het hangt van de grootte van het gezwel en van eventuele uitzaaiingen af, of een operatie zin heeft of niet. Dit is meestal van tevoren te bepalen.
De operaties
- Verwijderen van de rechterzijde van de alvleesklier met 12-vingerige darm (zg. operatie volgens Whipple), zie plaatje B1. Als dit lukt moet na het verwijderen hiervan een nieuwe verbinding gemaakt worden tussen de alvleesklier en de dunne darm, de galwegen en de dunne darm en de maag en de dunne darm. Het heeft geen zin om de hele alvleesklier te verwijderen, aangezien er dan geen insuline productie meer is en suikerziekte ontstaat. Bij deze grote buikoperatie kan een voedingsslangetje door de buikwand in de dunne darm gelegd worden. Zo kan snel na de operatie vloeibare voeding toegediend worden. De chirurg legt u voor de operatie uit welke ingreep hij bij u denkt te verrichten. Het blijft mogelijk, dat de chirurg tijdens de operatie moet besluiten om een minder ingrijpende operatie te verrichten om de galafvloed en voedselpassage te waarborgen.
- Operatie aan de linkerzijde van de alvleesklier (staart van de alvleesklier). Deze zijn minder ingrijpend dan aan de rechterzijde. Vaak is een reconstructie van darmen niet nodig. De zorg na de operatie is meestal hetzelfde of minder ingrijpend dan bij dezelfde operatie aan de rechterzijde van de alvleesklier (zie plaatje B2)
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij de alvleesklieroperaties de normale risico’s op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie en eventuele naadlekkage. Bij een nabloeding kan met spoed een nieuwe operatie nodig zijn. Bij een wondinfectie duurt de genezing langer dan normaal en het kan zijn dat uw ziekenhuisverblijf verlengd wordt. Door een naadlekkage ontstaat een ontsteking in het operatiegebied. Soms is hiervoor een nieuwe operatie nodig, waarbij via een snede in de buikwand het ontstekingsvocht naar buiten kan lopen. De voedselinname kan dan enige tijd niet meer via de gewone weg plaatsvinden. Er zal tijdelijk kunstmatig gevoed moeten worden via een infuus of via een slangetje rechtstreeks in de dunne darm.
Na de operatie
Direct na de operatie bent u via een aantal slangen verbonden met apparaten of zakjes.
- Eén of twee infusen voor vochttoediening of voeding
- Een slang door uw neus die via uw slokdarm in de maagrest ligt, en er voor zorgt dat de maag-darm sappen worden afgezogen
- Eén of twee dikke slangen in uw buik voor afvoer van wondvocht en bloed
- Een voedingsslangetje
- Een blaasslang voor afloop van urine
Afhankelijk van uw herstel na de operatie worden deze hulpmiddelen verwijderd. Plus minus een week na de operatie is er een uitslag van weefselonderzoek. De uitslag kan u dan eventueel in aanwezigheid van uw familie meegedeeld worden. De uitslag van dit weefselonderzoek zegt iets over de uitgebreidheid van de aandoening. Het houdt niet in, dat aan de hand daarvan uw vooruitzichten precies kunnen worden voorspeld.
Ontslag
Als alles goed gaat kunt u veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle. Het herstel duurt zeker nog twee maanden na de operatie. Voor vragen kunt u altijd terecht op de polikliniek heelkunde.
Als u weer thuis bent
Na een alvleesklieroperatie loopt de spijsvertering anders dan voor de operatie. In het begin kunt u geen grote maaltijden verdragen. Soms moet u dus uw oude eetgewoontes aanpassen. Als dat problemen geeft, kan een diëtiste u adviseren. U bent pas enkele maanden na de operatie weer helemaal hersteld. Heeft u nog vragen, dan kan de chirurg deze beantwoorden.


