De student/stagiaires
Van alle studenten/stagiaires wordt verwacht dat zij zich voorbereiden op de stage d.w.z. kennis hebben of verwerven m.b.t. de meest voorkomende ziektebeelden op de unit en daarnaast in staat zijn om een werkplan op te stellen voor de stage.
De structuur
De personeelsformatie van de verpleegafdelingen bestaat uit verpleegkundige van het kwalificatieniveau 4 en 5. De verpleegkundige fungeren tevens als werkbegeleiders. De verpleegkundige zijn vaak extra geschoold in het begeleiden van studenten. Voor aanvang van de stage worden er twee vaste werkbegeleiders aan een student toegewezen. De eerste vijf werkdagen is de student gekoppeld aan één van de twee vaste werkbegeleider(s). De werkbegeleider(s) en de student werken zoveel mogelijk samen.
Het Atrium medisch centrum beschikt over praktijkdocenten die ressorteren onder de afdeling Verpleegkundige Opleidingen.
De praktijkdocent:
- coördineert de begeleiding van de hem toebedeelde studenten;
- leidt en archiveert de begeleidingsgesprekken;
- bespreekt de voortgang van het leerproces met de student en de werkbegeleider;
- onderhoudt contacten met de onderwijsinstelling, hij bespreekt met de groepsmentor/tutor/docent de voortgang van het leerproces van de student;
- ziet toe op continuïteit en coördinatie in de werkbegeleiding en adviseert hieromtrent;
- bewaakt het individuele leerproces van de student.
Studentendossier
Alle relevante documenten worden bewaard in het studentendossier.
Doel studentendossier:
- Inzicht verschaffen in het leerproces
- Vastleggen van alle relevante gegevens betreffende het leerproces.
Studentenbespreking
Eén keer in de drie weken vindt er een studentenbespreking plaats.
Doel studentenbespreking:
- Het bewaken en bevorderen van het leerproces van de student.
- Consensus bereiken over het functioneren van de student.
- Ondersteunen van de teamleden onderling bij de begeleiding van de student.
De begeleidingsgesprekken
Afdelingsintroductiegesprek(A.I.G.)
Tijdens de eerste stageweek vindt het afdelingsintroductiegesprek plaats.Doel A.I.G.:
- Duidelijkheid scheppen over de beginsituatie van de student.
- Verduidelijking van de stagedoelen.
- Afspraken maken over de begeleiding.
- Uitspreken van wederzijdse verwachtingen over de stage.
- De aanpak van het leerproces, de leermogelijkheden en de begeleiding afstemmen.
Tussenevaluatie (T.E.)
Halverwege de stage vindt een tussenevalautie plaats, met de student, de werkbegeleider en de praktijkdocent. Doel tussenevaluatie.:
- Zicht krijgen op de voortgang van het leerproces en het functioneren van de student in de stage.
- Reflecteren op de begeleiding en ervaringen.
- Afspraken maken over de voortzetting van de stage.
Eindevaluatie (E.E.)
Aan het einde van de stage plant de student een eindevaluatie, met de werkbegeleider en de praktijkdocent. Doel eindevaluatie:
- Evalueren van het leerproces van de student.
- Evalueren van de student als werknemer.
- Uitspreken van een beoordeling.