homeover atrium mckwaliteitatrium tvagendalogincontact pers
 
 
Home  → patiënten & bezoekers  → poliklinieken & afdelingen  → Behandelingen
 

Een afwijking in de borst wordt op twee manieren chirurgisch behandeld. Daarbij gaat om een borstsparende operatie of een borstamputatie (met of zonder reconstructie). De twee operaties zijn even veilig en hebben evenveel kans op genezing.

Borstsparende operatie
Bij de patiënt is met behulp van een radiologisch onderzoek en een bioptie de diagnose borstkanker gesteld. Door het mammateam is daarna het advies voor een borstbesparende operatie voorgesteld. Dat wil zeggen dat de tumor inclusief een marge gezond borstweefsel wordt weggenomen. Na deze operatie volgt altijd radiotherapie.

Okselkliertoilet
Bij een okselkliertoilet worden klieren aan de aangedane zijde verwijderd. Dat zorgt in de okselholte voor een litteken van ongeveer tien centimeter. Na het verwijderen van klieren is de lymfecirculatie onderbroken. Als de patiënt bijkomt uit de narcose zit er dan ook een drain in de oksel. Die vangt het wondvocht en eventueel lymfevocht op. De okseldrain gaat er, afhankelijk van de vochtproductie, tussen de vijfde of zevende dag uit. Aangezien het belangrijk is dat de beweging in de schouder optimaal blijft, neemt de fysiotherapeut oefeningen met de patiënt door. In het belang van een goed herstel moet de patiënt de oefeningen thuis voortzetten.

Borstamputatie
Bij een borstamputatie wordt de gehele borst weggenomen. Of de chirurg ook de lymfeklieren verwijdert hangt af van de uitslag van het weefselonderzoek of een punctie uit de oksel. Soms blijkt dat het gezwel toch te dicht in de snijranden van het weggenomen weefsel zit en is bestraling alsnog noodzakelijk. Over het algemeen is radiotherapie bij een borstamputatie niet nodig.

Reconstructie

Na een borstamputatie is een reconstructie mogelijk. Dat kan op verschillende manieren. Als een reconstructie haalbaar is, verwijst de chirurg de patiënt naar de plastisch chirurg.

Schildwachtklierprocedure
Met behulp van de schildwachtklier procedure kan de lymfklier(en) worden gevonden waar de tumor zijn lymfe naar afvoert. Deze lymfklier bevindt zich meestal in de oksel, maar soms kan deze zich ook naast het borstbeen bevinden. Om de schildwachtklier op te sporen wordt op de plek van het gezwel een kleine hoeveelheid radioactieve stof ingespoten. Dat gebeurt op de middag een dag voor de operatie. De vloeistof stroomt vanuit het gezwel door het lymfevat naar de schildwachtklier. Na verloop van tijd kan de arts, met behulp van een scan, zien waar de schildwachtklier zich bevindt. Die plek wordt met een stift op de huid aangegeven.

Het onderzoek wijst alleen de schildwachtklier aan. Uit het onderzoek kan niet worden opgemaakt of deze is aangetast door een uitzaaiing. Dat moet na de operatie verder onderzocht worden onder de microscoop. Tijdens de operatie wordt op de plaats van het gezwel een kleine hoeveelheid blauwe inkt in de huid gespoten. Ook deze kleurstof stroomt via de lymfebanen naar de schildwachtklier.Tijdens de operatie herkent de chirurg de schildwachtklier aan de blauwe kleur en de aanwezige radioactiviteit. Het verwijderen van de schildwachtklier duurt ongeveer een half uur. De pathologie stelt vervolgens met behulp van microscopisch onderzoek vast of de patiënt uitzaaiingen heeft. Als dat niet zo is worden de overige klieren niet verwijderd. Als er wel uitzaaiingen zijn, zullen ook de overige lymfeklieren bij een tweede operatie uit de oksel worden verwijderd.

   
 
 
home  |  
print  |  
PDF  |