|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
Home → patiënten & bezoekers → poliklinieken & afdelingen → Patiëntenfolders
|
|
|
| |
|
Een delier is hetzelfde als ‘ijlen’. De term ‘delier’ doet de meeste mensen denken aan alcohol- verslaving, maar een delier komt ook heel vaak voor bij mensen die geen of nauwelijks alcohol drinken. Het delier komt, net als koorts, voor bij mensen met een lichamelijke ziekte en verdwijnt als de onderliggende ziekte voorbij is. In principe is de verwardheid dus tijdelijk. Een delier is dus iets anders dan dementie. Mensen met dementie zijn wel gevoeliger voor het ontwikkelen van een delier.
Het delier ontstaat als de hersenen niet meer goed in staat zijn om alle prikkels, die de hersenen van binnen en van buiten het lichaam bereiken, samen te voegen tot een logisch en samenhangend beeld van de werkelijkheid. Er is dan sprake van een verstoorde hersenfunctie. Vooral bij oudere mensen treedt bij ziekte regelmatig een delier op.
Verschijnselen Een delier ontstaat vrij plotseling, vaak binnen enkele uren tot dagen. De verschijnselen wisselen in ernst gedurende de dag. ’s Avonds en ’s nachts verergeren die meestal. De duur van een delier is afhankelijk van de duur van de onderliggende ziekte en kan variëren van dagen tot weken en bij uitzondering soms maanden.
De volgende verschijnselen kunnen voorkomen: - Motorische onrust; plukgedrag, uit bed willen klimmen
- Apathie; onverschillig, lusteloos
- Desoriëntatie; de patiënt weet niet meer zo goed waar hij is en is niet meer ‘bij de tijd’, herkent soms zijn naasten niet meer
- Bewustzijnsschommelingen: het ene moment is patiënt helder, het andere moment kan hij suf zijn
- Vergeetachtigheid: de patiënt vergeet bijvoorbeeld dingen die u hem net verteld hebt
- Hallucinaties. Hij ziet misschien dingen die er niet zijn, zoals beestjes/figuren en kan stemmen of geluiden horen. Voor de patiënt zijn deze waarnemingen echter heel realistisch
- Waanideeën, soms terug te voeren op vroegere belevenissen, vaak achterdochtig en beangstigend van inhoud
- Zwerfneigingen en impulsief, soms ongepast of zelfs agressief gedrag
- Verwijderen van drains, infusen, catheters.
- Ook kan het voorkomen dat de patiënt zich juist stilletjes terugtrekt in zichzelf, in tegenstelling tot wat u misschien van hem gewend bent.
De patiënt voelt zich het beste in zijn eigen, vertrouwde omgeving. Partners, familie of vrienden kunnen dan ook veel doen om te helpen. Rust is daarbij belangrijk.
Tips Als u een patiënt bezoekt die een delier doormaakt, is het volgende belangrijk. - Vertel wie u bent, waarom u komt en herhaal dit zonodig;
- Vertel de patiënt, indien mogelijk, dat hij ziek is en in het ziekenhuis ligt;
- Spreek rustig en in korte duidelijke zinnen
- Stel eenvoudige vragen, zoals bijvoorbeeld: Heeft u lekker geslapen? in plaats van: Heeft u lekker geslapen of bent u steeds wakker geweest;
- Bezoek is erg belangrijk, maar teveel personen in één keer of een te lange bezoektijd, werken vermoeiend en verwarrend
- Ga, als u met meerdere personen op bezoek komt, zoveel mogelijk aan één kant van het bed of stoel zitten, zodat de patiënt zich op één punt kan richten
- Let erop dat de patiënt zonodig zijn bril en/of gehoorapparaat gebruikt
- Het is beter voor de patiënt wanneer u niet mee gaat in de ‘vreemde waanideeën’ of met de dingen die de patiënt ziet of hoort die er niet zijn
- Probeer de patiënt niet tegen te spreken, maar zo mogelijk wel duidelijk te maken dat uw waarneming anders is. Maak er geen ruzie over, maar praat met de patiënt over bestaande personen en echte gebeurtenissen.
- Probeer de patiënt te betrekken bij het hier en nu door een krant of foto's van bekenden mee te nemen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|