CTS polikliniek
Patiënteninformatie
De CTS polikliniek is opgezet om de service voor patiënten met een CTS te optimaliseren. De bedoeling is binnen één bezoek aan het ziekenhuis de afspraak op het spreekuur van de neuroloog, hulponderzoek en behandeling te laten plaatsvinden. Dit is alleen mogelijk bij een gerichte verwijzing waarbij op voorhand vrij duidelijk lijkt dat de klachten inderdaad passen bij een CTS en niet bij een andere aandoening waarvoor weer andere hulponderzoeken of behandeling zijn aangewezen.
Op deze pagina vindt u informatie over CTS en wat u op de polikliniek kunt verwachten.
Wat is CTS?
CTS in de afkorting van carpale tunnelsyndroom, en is een storing in de functie van de medianus zenuw (nervus medianus) in de pols. De klachten bestaan uit tintelingen, pijn en gevoelloosheid in de hand en de vingers (duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger). Daarnaast kan er ook krachtsverlies optreden. Vaak zijn er klachten in beide handen en treden ze in de slaap op. De oorzaak is meestal een beknelling van deze zenuw ter hoogte van de pols in de carpale tunnel. De uitval van de functie van de zenuw kan variëren van licht tot ernstig.
De diagnose wordt bevestigd door middel van een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG) en echografie.
Wat houdt de CTS polikliniek in?
U krijgt een afspraak op de polikliniek neurologie. De neuroloog zal u vragen naar uw klachten, medische voorgeschiedenis en medicijnen. Vervolgens vindt een neurologisch onderzoek plaats waarbij onder andere gekeken wordt naar de kracht, het gevoel en de reflexen. Als de neuroloog inderdaad vindt dat het een CTS betreft wordt op dezelfde ochtend of middag een EMG en soms ook echografie verricht. Daarna komt u terug bij de arts die de uitslagen met u bespreekt. Verder zal besproken worden wat de beste behandeling is en waar uw voorkeur naar uitgaat. Het zou natuurlijk ook nog zo kunnen zijn dat de neuroloog een andere diagnose meer waarschijnlijk acht en dat moet worden afgeweken van het hiervoor genoemde plan. De behandelmogelijkheden worden hieronder verder besproken.
Hoe wordt CTS behandeld?
De eerste behandeling kan bestaan uit het geven van een lokale injectie met depomedrol (een combinatie van verdovingsvloeistof en een ontstekingsremmer). Veel patiënten hebben baat bij deze injectie. Na een injectie kunnen de normale activiteiten de volgende dag weer worden opgepakt. Bij een aantal patiënten komen de klachten weer terug (soms al na enige weken maar soms pas na vele maanden). Als de injectie niet helpt of de klachten weer terugkeren kan er een operatie plaatsvinden Eventueel kan een tweede injectie worden gegeven, maar over het algemeen worden herhaalde injecties afgeraden.
Er kan ook besloten worden om te opereren waarbij de chirurg de carpale tunnel middels een poliklinische ingreep open maakt. De kans dat de klachten definitief wegblijven is waarschijnlijk groter na een operatie dan na een injectie. Aan de andere kant is een operatie een ingreep waarna de hand (1 tot 2 weken) enige tijd niet goed kan worden gebruikt, omdat men moet herstellen. Bij patiënten met meer uitgesproken en toenemende spierzwakte wordt vaker meteen gekozen voor een operatieve behandeling. Voor een operatie moet u een afspraak krijgen bij een plastisch chirurg of neurochirurg.
Als de klachten licht zijn, is soms geen behandeling nodig en gaan de klachten vanzelf over. Bij lichte tot matige klachten wordt door sommige neurologen ook wel een spalk voor de pols voorgeschreven.
Wat zijn de risico’s van een injectie?
De risico’s van een injectie zijn gering en de injectie wordt door de overgrote meerderheid van de patiënten zeer goed verdragen. U mag geen injectie krijgen als u allergisch bent voor de middelen in de injectievloeistof (depomedrol en lidocaïne). Tot twee dagen na de injectie wordt soms wel eens pijn in de pols gemeld, maar dat verdwijnt spontaan. Zeer zelden wordt wel eens een bloeding gezien op de plaats van de injectie. Verder zou er in de zenuw geprikt kunnen worden, maar met de huidige techniek van prikken is dit zeer uitzonderlijk.
Wat mag ik wel en wat mag ik niet na de injectie?
Over het algemeen wordt aangeraden op de dag van de injectie de hand verder te ontzien en rust te houden. Omdat er verdovingsvloeistof is ingespoten, is het gevoel in de vingers meestal tijdelijk afgenomen. Wij adviseren u doorgaans na de injectie in elk geval niet auto te rijden, en situaties waarin vaardigheid van de handen nodig is te vermijden. Deze functie vermindering is de dag na injectie weer verdwenen.
Wat mag ik wel en wat mag ik niet na de injectie?
Over het algemeen wordt aangeraden op de dag van de injectie de hand verder te ontzien en rust te houden. Omdat er verdovingsvloeistof is ingespoten, is het gevoel in de vingers meestal tijdelijk afgenomen. Wij adviseren u doorgaans na de injectie in elk geval niet auto te rijden en situaties waarin vaardigheid van de handen nodig is te vermijden. Deze functie vermindering is de dag na injectie weer verdwenen.
Nadere informatie over CTS, andere neurologische aandoeningen en het werk van de neuroloog vindt u op www.neurologie.nl
Polikliniek Neurologie Atrium MC Heerlen, telefoon 045-5766700
Polikliniek Neurologie Atrium MC Brunssum, telefoon 045-5279407


