homeover atrium mckwaliteitatrium tvagendalogincontact pers
 
 
poliklinieken & afdelingen
Home  → patiënten & bezoekers  → poliklinieken & afdelingen  → Aandachtsgebieden  → Het vaatcentrum  → Deelnemer Kwaliteit Verbeter Competitie 2003: het Atrium MC Vaatcentrum
 

CZ-aanmoedigingsprijs voor Vaatcentrum

In het kader van de jaarlijkse terugkerende Kwaliteit Verbeter Competitie van Atrium MC deed het Vaatcentrum ook in 2003 mee. De inzending werd beloond met de CZ Aanmoedigingsprijs. De jury complimenteerde de groep met de 'enorme efficiencyverbetering' die gerealiseerd is dankzij het Vaatcentrum. Onderstaand treft u de tekst aan die werd ingezonden.

De gewonnen CZ aanmoedigingsprijs 2003

Het team dat meedeed aan de Kwaliteit Verbeter Project competitie mocht maximaal uit 8 personen bestaan. Bij de samenstelling hebben wij gekozen voor die mensen die aan de wieg hebben gestaan van dit Vaatcentrum samen met de huidige spil van het Vaatcentrum; de drie Nurse Practitioners.

Met deze door de spelregels opgelegde beperking deden wij veel mensen die dagelijks een fantastische bijdrage leveren aan ons Atrium MC Vaatcentrum tekort. Collegae Dormans, van Leeuwen en Graal, internisten van de preventiepoli. Collega Vredeveld, klinisch neurofysioloog en alle dames en heren van ons non-invasieve vaatlaboratorium. De polimedewerkers van de poliklinieken chirurgie op de drie locaties. Tot en met Frits Boonstra, onze clustermanager.

Inzending Kwaliteit Verbeter Project competitie 2003

 

Inleiding - zoals het was

In november 2000 verscheen het rapport ‘Nulmeting zorg aan vaatpatiënten’.1 De conclusie van dit rapport was dat een patient met arterieel (slagaderlijk) vaatlijden zich in het electieve zorgproces  geconfronteerd zag met een doorlooptijd van 32 weken tot bijna een jaar. In 2002 werd opnieuw een meting verricht, waaruit bleek dat de situatie verder was verslechterd. Zo bleek de wachttijd voor bijvoorbeeld het vaatlab (met name Duplex onderzoek) te zijn toegenomen van 2-4 weken naar 2-3 maanden. Ook de sterk toenemende vergrijzing in Zuid-Oost Limburg en het feit dat we in het ongezondste stukje van Nederland verblijven, vergroot in kwantitatief opzicht het probleem van de zorg voor de vaatpatiënt.

Kwalitatief werd juist in deze jaren steeds duidelijker dat de patiënt met perifeer arterieel vaatlijden (PAV) sterk gebaat is bij aandacht voor en behandeling van zijn of haar zogenaamde risicofactoren. De 10 jaars-sterfte onder patiënten met PAV is ruim 50%.2 Doodsoorzaak is bijna altijd een hart- of herseninfarct, net als PAV veroorzaakt door atherosclerose (slagaderverkalking). Roken, suikerziekte, hoge bloeddruk en/of een te hoog cholesterol zijn slechts een paar bekende risicofactoren voor atherosclerose. Uit een in 2001 verricht, nog niet gepubliceerd, onderzoek op de polikliniek vaatchirurgie Atrium MC bleek dat screening op en behandeling van risicifactoren door (vaat-) chirurgen slechts bij uitzondering werd verricht. Deze resultaten komen overeen met eerder gepubliceerd vergelijkbaar onderzoek op nationaal niveau.3 Behandeling van risicofactoren vond nog minder plaats. De patiënt kreeg hooguit een eenmalig advies het roken te stoppen. Begeleiding bij een rook stoppoging of gerichte verwijzing naar groepssessies, psychotherapie, acupunctuur, lasertherapie etc. etc. werd niet gegeven.

Samenvattend kan gesteld worden dat de zorg voor de vaatpatiënt in 2002 zowel kwantitatief als kwalitatief tekort schoot. Met de geschetste situatie met daaraan toegevoegd aandacht voor de risicofactoren voor atherosclerose door een vasculair geïnteresseerde internist (2 maal polikliniek bezoek, een maal priklab.), noodzaakte de patiënt minimaal 9 keer naar het ziekenhuis te moeten komen, met een gemiddelde doorlooptijd van 258 dagen.

Ook voor de patiënt met spataderen, zo bleek uit onderzoek, was een en ander niet efficiënt geregeld. Zij/hij moest gemiddeld 5 keer naar het ziekenhuis komen en had te maken met een doorlooptijd tot behandeling van 120 dagen.

De gewenste verandering

In juli 2002 werd met het schrijven van het beleidsplan Atrium MC Vaatcentrum de aanzet gegeven tot verandering.4 In dit beleidsplan werd onder andere kwaliteit van zorg gedefinieerd, bijvoorbeeld voor PAV: Het op afzienbare termijn (<6 weken) bieden van een behandelingsvoorstel, gebaseerd op bij voorkeur non-invasieve diagnostiek, met aandacht voor en behandeling van de risicofactoren voor atherosclerose. Met deze definitie werd het logistieke, kwantitatieve deel van de zorg onderdeel van de totale kwaliteit van geboden zorg.

Om deze kwaliteit van zorg te kunnen leveren bleken een aantal vereisten noodzakelijk: multidisciplinair samenwerken (klinische neurofysiologie/vaatlaboratorium, vasculair geïnteresseerde internisten, interventie-radiologen, rook stop consulentes), voldoende non-invasieve diagnostische capaciteit, diagnostische- en behandelprotocollen zijn slechts een paar voorbeelden. Vervolgens werd beschreven hoe te screenen op risicofactoren voor alle patiënten waarvoor dit nog niet reeds in de eerste of tweede lijn had plaatsgevonden. En hoe behandeling plaats diende te vinden door iemand met expertise op het gebied van vasculaire risicofactoren.

Centraal stond de wens om te gaan werken met zogenaamde Nurse Practitioners. De spinnen in het web van zorg voor de vaatpatiënt. Vervolgens werd in het bedrijfsplan Vaatcentrum uitgewerkt hoe een en ander daadwerkelijk gerealiseerd zou kunnen worden en wat de kosten hiervan zouden zijn.5

De huidige aanpak

Sinds 6 januari 2003 worden nieuwe patiënten niet langer primair gezien door een vaatchirurg maar door een daartoe ‘on the job’ opgeleide verpleegkundige; de zogenaamde Nurse Practitioner Vaatcentrum (NPV). Voorafgaand aan het eerste bezoek aan het vaatcentrum bij de NPV wordt tijdens een telefonisch spreekuur een verdeling tussen “veneuze” (spataderen) en “arteriële” (slagaderen) patiënten gemaakt. Veneuze patiënten worden naar de locatie Brunssum doorgestuurd, arteriële patiënten kunnen op de 3 locaties worden gezien. Om een zelfstandige ‘veneuze poot’ binnen het Vaatcentrum op te kunnen richten en daarmee de wachttijden te bestrijden, werd een Duplex apparaat aangeschaft.

Tijdens de telefonische triage wordt tevens de ‘vaatcentrumgedachte’ aan de patiënt uitgelegd: “nauwelijks wachttijden, weinig ziekenhuisbezoeken, de NPV is altijd bereikbaar (seinnummer bekend bij patiënten) en heeft tijd voor al uw vragen”. Maar ook dat de patiënt bij een bezoek wel langer in het ziekenhuis aanwezig is. De patiënt doorloopt namelijk achtereenvolgens een aantal diagnostische stappen waarvoor in het verleden steeds een nieuw bezoek aan het ziekenhuis noodzakelijk was.

Tevens wordt geïnventariseerd door wie de patiënt is verwezen en in hoeverre reeds aandacht werd geschonken aan de risicofactoren voor atherosclerose door de huisarts of een specialist. Indien hier in het recente verleden geen aandacht aan werd geschonken of deze vraag niet duidelijk door de patiënt kan worden beantwoord komt de patiënt in aanmerking voor de speciaal hiertoe opgerichte preventie poli. Patiënten die voor de preventie poli in aanmerking komen worden verzocht nuchter (eerste 3 patiënten van de dag) op het eerste bezoek te verschijnen.

Na de telefonische triage wordt de patiënt de folder over het Vaatcentrum toegestuurd waarin deze aanpak nogmaals wordt toegelicht. In de folder is ruimte opgenomen voor het noteren van datum en tijdstip van de gemaakte afspraak. In de folder wordt de patiënt verzocht alle gebruikte medicatie te noteren en deze tevens mee te nemen bij het eerste bezoek. De patiënt met PAV wordt in de folder, indien van toepassing, er nogmaals op gewezen dat hij of zij nuchter naar het ziekenhuis moet komen.

Bij het eerste bezoek van de patiënt aan het Vaatcentrum besteedt de NPV aandacht aan de volgende zaken: anamnese (gedetailleerd uitvragen van de klachten), uitgebreide (vasculaire) voorgeschiedenis, reeds bekende risicofactoren en ingestelde behandeling(en), gebruikte medicatie (aan de hand van de thuis reeds opgestelde lijst wordt een exact overzicht opgesteld). Vervolgens verricht de NPV een grondig lichamelijk onderzoek toegespitst op de vaatstatus van de patiënt (bloeddruk bdz., palpatie aorta, palpatie perifere pulsaties, voetinspectie, enkel-arm index etc.).

Met bovenstaande bevindingen kan de NPV vervolgens aan de hand van opgestelde diagnose- en behandelingsprotocollen zelfstandig non-invasieve aanvullende diagnostiek aanvragen. Tevens regelt zij waar nodig een afspraak op de preventie-poli (deze patiënten gaan aansluitend aan het bezoek bij de NPV naar het priklab, zij zijn immers nuchter). Rokers krijgen een verwijzing naar de eveneens in het kader van het Vaatcentrum opgerichte Rook-Stop-Poli.

 

Na afsluiting van deze intake bij de NPV komt opnieuw de logistieke taak van de NPV om de hoek kijken. De NPV regelt dat bij het tweede bezoek van de patiënt met arterieel vaatlijden drie afspraken worden gerealiseerd: het non-invasief vaatlaboratorium, de preventie poli en een bezoek bij de vaatchirurg (voor de uitslag van het zojuist verrichte vaatonderzoek en het krijgen van een behandelingsvoorstel). De NPV heeft hiertoe de beschikking over zogenaamde ‘Vaatcentrum’ tijdblokken in zowel vaatlaboratorium, preventiepoli als poli vaatchirurgie. Nadat de patiënt de gemaakte afspraken heeft meegekregen gaat de nuchtere patiënt bloed laten prikken en een ECG laten maken. Ook het non-invasief vaatlaboratorium werkt in het kader van het Vaatcentrum volgens protocol: ‘Uit resultaat van oriënterend onderzoek volgt gericht onderzoek’. Voorheen ging de patiënt na een ‘Doppler + tredmill’ terug naar de vaatchirurg. Bleek op de poli vaatchirurgie sprake van aanwijzigen voor centrale pathologie, dan kreeg de patiënt opnieuw een afspraak op het vaatlaboratorium, maar nu voor Duplex-onderzoek. In de huidige opzet volgt dit onderzoek direct volgens protocol op de resultaten van het eerste onderzoek. Dat dit gepaard ging met een logistieke aardverschuiving binnen het vaatlaboratorium spreekt voor zich.

Voor de patiënt met spataderen is een en ander nog eenvoudiger gemaakt. Het intakegesprek, het veneuze vaatonderzoek (Duplex) en het bezoek aan de vaatchirurg vinden op een dagdeel plaats. Nadat de patiënt bij de vaatchirurg is geweest en op basis van het zojuist verrichte Duplex onderzoek een operatie indicatie is gesteld, gaat hij/zij terug naar de NPV. De NPV verricht vervolgens een PPO (pre-operatief onderzoek) en geeft in overleg met de patiënt direct een operatiedatum mee. Opvallend verschijnsel in de huidige opzet, is dat op dit moment de door ons geboden wachttijd vaak korter is dan de door de patiënt gewenste of verwachte wachttijd. Dit brengt problemen met zich mee bij de registratie van wachttijden die wij voorheen niet kenden.

Samengevat

Sinds de start van het Atrium MC Vaatcentrum op 6 januari 2003 komt de patiënt met PAV nog 2x naar het ziekenhuis, in plaats van 9x, en krijgt hij of zij bij dit tweede bezoek naast een op non-invasief onderzoek gebaseerd behandelingsvoorstel een volledig risicomanagement aangeboden. De wacht- cq. doorlooptijd is gedaald van 258 dagen naar gemiddeld 12,7 dagen. De patiënt met spataderen komt nu nog 1 x naar het ziekenhuis, in plaats van 5x. Indien noodzakelijk en door de patiënt gewenst kan binnen 2-3 weken geopereerd worden.

Referenties

1. Nulmeting zorg aan vaatpatiënten. Stafbureau zorg en zorgontwikkeling Atrium MC, November 2000.

2. Criqui MH, Langer RD, Fronek A, Feigelson HS, Klauber MR, McCann TJ, Browner D. Mortality over a period of 10 years in patients with peripheral arterial disease. N Eng J Med 1992;326:381-6.

3. Simons PCG, Graaf van der Y, Banga JD, Eikelboom BC, Algra A. Screenen op asymptomatische vaatziekten en risicofactoren bij hoogrisicopatiënten: de huidige praktijk. NTvG 1998;142:1096-9.

4. Atrium Medisch Vaatcentrum. De medisch- inhoudelijke onderbouwing van een nieuwe vorm van zorg voor de patiënt met hart- en vaatziekten. Teijink JAW, Weert N van. Juli 2002.

5. Bedrijfsplan Atrium Medisch Vaatcentrum. 5 maal beter op 5 dimensies in 5 maanden tijd. Teijink JAW, Lenssen HJM. Augustus 2002.

Ons team bestond uit:

Janine Houtermans, NPV

Anouk Dahlmans, NPV

Ingrid Snijders, NPV

dr. N. van Weert, stafburo Z&ZO

H. Lenssen, clustermanager METC

J. Wetzels, afdelingsmanager poli chirurgie

dr. R.J.Th.J. Welten, vaatchirurg

dr. J.A.W. Teijink, vaatchirurg

 

retour Vaatcentrum

 

Nurse Practitioner Vaatcentrum (Vaatchirurgie)

Preventiepoli

Regionaal Netwerk Looptherapie Parkstad

Rook Stop Poli

   
 
 
home  |  
print  |  
PDF  |