Bij het verwijderen van een kies in de bovenkaak kan het voorkomen, dat er een verbinding ontstaat met de neusbijholte. Dit ontstaat als de wortels van betreffende tand of kies uitsteken in de neusbijholte. De patient merkt dit als hij zijn neus snuit, hij voelt dat er dan lucht via de mond ontsnapt. Ook kan het zijn, dat hij het pas voelt als hij bolle wangen blaast, waarbij lucht ontsnapt naar de bijholte. Dit wordt de blaas-snuit proef genoemd.
De behandeling moet bestaan uit het sluiten van dit defect met een slijmvlieslapje uit de wang. Bij het niet sluiten van het defect bestaat een grote kans op bijholte-ontstekingen. Na 2 weken dient gecontroleerd te worden of het defect goed gesloten is. (zie voor verdere instructies het hoofdstuk patiëntenfolders).
Het kan voorkomen, dat tijdens een extractie niet ontdekt wordt, dat er een open verbinding aanwezig is. In dit soort gevallen kan er na verloop van tijd sprake zijn van een een ontstoken bijholte, wat vaak een vieze geur uit de neus verooorzaakt.
De behandeling bestaat uit het spoelen van de holte via de perforatie in de kaak gedurende een aantal dagen. Zodra de holte tot rust gekomen is, wordt het defect gesloten en gaat de verdere bahandeling, zoals boven besproken.