De maatschap Keel-, Neus- en Oorheelkunde van Atrium MC bestaat uit vier artsen die patiëntvriendelijkheid en kwaliteit van zorg hoog in het vaandel hebben staan. Daarnaast genieten ze van het leven, soms met z’n vieren: tijdens een vijfdaags congrestripje naar Rome bijvoorbeeld. Door sommigen is de Keel-, Neus- en Oorheelkunde wel eens een ‘pretspecialisme’ genoemd, maar de KNO-artsen vinden het vooral een ‘prettig specialisme’. Verslag van een prettig gesprek met vier Bourgondische specialisten.
Het vinden van een geschikte plek voor een groepsfoto valt aanvankelijk niet mee. ‘We willen wel een beetje vlot overkomen’, roept de een. ‘Zullen we dan maar bij jouw auto gaan staan?’, grapt de ander. Ook tijdens het interview is de sfeer vrolijk en ontspannen. De vier geven elkaar de ruimte, zoals ze dat ook doen in de uitoefening van hun aandachtsgebieden. Degene met de meeste ervaring op een bepaald gebied, past die techniek het meeste toe. Dat betekent dat hij andere specialistische delen van het vak nauwelijks meer uitoefent en daar heeft niemand problemen mee. ‘Leven en laten leven’ is in meerdere opzichten het motto van de vier.
Verfraaien
Binnen de KNO is het merendeel van de zorg de afgelopen jaren verplaatst van kliniek naar polikliniek. Opnames duren in principe niet langer dan 24 uur. Drie kwart van het werk is poliklinisch, de rest bestaat uit operaties. ‘Veel mensen zijn onbekend met het feit dat wij zelf opereren’, zegt Henk Brinkhuis. Ook de plastische en reconstructieve aangezichtschirurgie plaatsen veel mensen automatisch bij de discipline Plastische Chirurgie. Oren en neuzen reconstrueren en verfraaien de KNO-artsen echter zelf. ‘Wij verrichtten binnen Atrium MC de afgelopen jaren meer esthetische neusoperaties dan de maatschap Plastische Chirurgie’, weet Tammo Zijlker. ‘Naast het cosmetische aspect heeft de KNO-arts ook oog voor de inwendige constructie van de neus’, benadrukt medisch manager Gert-Jan van Zeben. ‘Wanneer de tent slecht staat, moet je niet alleen het zeil strakker trekken, maar ook de tentstok rechtzetten.’
De neusbijholtechirurgie beleefde eind jaren tachtig een grote ontwikkeling. Door de introductie van endoscopische technieken zijn deze operaties een stuk minder ingrijpend en dus belastend voor de patiënt dan vroeger, toen de arts grote delen van het hoofd bloot moest leggen om te kunnen werken. Tegenwoordig opereert men via scopen door de neus en in de toekomst zullen deze ingrepen nog sneller en minder belastend uitgevoerd kunnen worden. Verder nam de afgelopen jaren de patiëntenpopulatie met snurk- en ademhalingsproblemen tijdens de slaap flink toe, evenals de mogelijkheden van behandeling voor deze groep. Samen met de afdeling Longziekten en Kaakchirurgie/Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde kiezen de KNO-artsen het beste traject voor de patiënt.
Samenwerking is er verder met de KNO-artsen van Sittard voor de weekenddiensten. Met het hoofd-halsteam van het azM wordt samengewerkt waar het gaat om prediagnostiek van patiënten met hoofd-halstumoren. Incidenteel komt de operateur naar Heerlen, als dat voor de patiënt praktischer is.
Koning
Het belang van de patiënt staat bij de KNO-artsen voorop. ‘We streven op de poli naar patiëntvriendelijkheid, met als insteek: ‘Hoe zou je willen dat je vader of moeder behandeld zou worden?’. De klant is koning, maar alleen zolang hij zich als een koning gedraagt’, stelt Gert-Jan van Zeben. Natuurlijk is er begrip voor eventuele zenuwen van de patiënt. ‘Het gaat tenslotte niet om een ontsteking aan de teen, de KNO-arts komt heel dichtbij. Maar als patiënten hun boekje te buiten gaan, ook tegen onze polimedewerkers, houdt het bij ons op’, zeggen de artsen.
De poli zien ze als hun visitekaartje naar de patiënt toe. ‘Dat moet er goed uitzien, lekker lopen’, zegt dr. Tammo Zijlker. ‘We willen luxe en kwaliteit uitstralen; ‘dit zijn wij’. De nieuwe spreek- en onderzoekskamers, die binnenkort worden opgeleverd, passen daarin.’
Een goede patiëntenbejegening, gecombineerd met een goede kwaliteit en organisatie van zorg, leidt volgens de vier ook tot een goed imago bij huisartsen. Ze hebben de indruk dat hun contact met huisartsen goed is, krijgen nauwelijks klachten. Wanneer er interesse is verzorgen ze een nascholing aan huisartsen, of instructiecursussen. Daarnaast is er vijf dagen per week een KNO-arts bereikbaar op een speciaal dienstsein voor spoedgevallen.
Om patiënten beter van dienst te kunnen zijn, was de KNO een aantal jaar geleden een van de eerste specialismen met één telefoonnummer voor de drie poli’s. Zo horen patiënten altijd waar de wachttijd het kortst is, al is die normaal gesproken niet langer dan vijf dagen, voor iedere afspraak. Ook in de wachtkamer laten ze hun patiënten niet lang wachten. ‘Zelf wacht ik ergens ook niet langer dan een kwartier’, aldus Dirk Flikweert. ‘Afspraak is afspraak.’ Tijdens het eerste polibezoek proberen de artsen zoveel mogelijk onderzoeken bij de patiënt af te ronden. Het liefst zouden ze ook zelf in staat zijn een afspraak bij onder andere Radiodiagnostiek te maken, zodat de patiënt niet op en neer hoeft te lopen. Een wens voor de toekomst.
Groot winkelbedrijf
Voor de toekomst van Atrium MC vinden de artsen het belangrijk dat ieder specialisme zich realiseert dat het onderdeel uitmaakt van een groot winkelbedrijf. ‘Een negatief imago van de een, straalt af op de ander’, vindt Gert-Jan van Zeben. ‘Met een positief imago werkt dat andersom ook’, vult Henk Brinkhuis aan. In principe vinden de artsen dat een groot ziekenhuis als Atrium MC de hele oostelijke mijnstreek zou moeten bedienen. ‘Genk en Aken zouden helemaal niet nodig moeten zijn’, zeggen ze stellig.
Wat de toekomst van de gezondheidszorg betreft baren de bezuinigingen de heren zorgen. ‘Patiëntvriendelijkheid gaat in onze optiek niet samen met minder investeringen en minder personeel. Dat speelt niet alleen binnen Atrium MC, maar in de hele sector. In een winkel met kwaliteitsproducten verwacht ik een medewerker die mij vriendelijk te woord staat en de tijd heeft om me goed te helpen. Als ik ga voor minder kwaliteit, hoef ik ook niemand meer te verwachten. Dan wordt het ziekenhuis een soort Makro. Ook niets mis mee, maar ik denk dat onze patiënten meer gebaat zijn bij een buurtsuper’, vindt Gert-Jan van Zeben.
Een uitgesproken mening voor een KNO-arts, terwijl KNO-artsen volgens de vier in de regel juist niet zo uitgesproken zijn. ‘Daarom zie je ze ook vaak in bestuursfuncties’, refereert Tammo Zijlker aan onder andere het jarenlange voorzitterschap van de Medische Staf van collega Henk Brinkhuis. Vorig jaar droeg hij deze taak over aan chirurg dr. Cees van der Linden.
Verder zijn KNO-artsen praktisch ingesteld en genieten ze graag van het leven. ‘Er is leven vóór de dood’, vinden ze eensgezind. Over een paar jaar gaan ze er om de beurt een paar maanden tussenuit. ‘We willen zeker tot ons vijfenzestigste blijven werken, dit vak is gewoon heel leuk. Dan kan het geen kwaad af en toe een frisse neus te halen’, aldus Dirk Flikweert. De artsen hebben het onderling goed voor elkaar. ‘We loven een fles champagne uit voor de eerste die een ruzie begint’, grapt Tammo Zijlker. Henk Brinkhuis voegt serieuzer toe: ‘We hebben een niet al te grote maatschap en dat werkt prettig. Iedere donderdag komen we bij elkaar om zaken te plannen, patiënten te bespreken en gebruik te maken van elkaars expertise. Onze diensten worden een half jaar van te voren gepland en net zoals de polimedewerkers hun zomervakantie vóór 1 februari moeten vastleggen, moeten wij dat ook. Spontane cursussen waardoor patiënten massaal afgebeld moeten worden, zijn hier not done.’
Het motto ‘leven en laten leven’, zorgt tenslotte ook voor balans. ‘Met als gezamenlijk doel een kwalitatief goede KNO-zorg voor deze mijnstreek’, besluit Gert-Jan van Zeben.
Maatschap KNO Atrium MC:
Henk Brinkhuis: stemproblematiek, oorziekten, halschirurgie
Dirk Flikweert, stemproblematiek, neusbijholtenchirurgie, parotischirurgie, weke delenchirurgie
Gert-Jan van Zeben: oorziekten, medisch manager
Dr. Tammo Zijlker: neusbijholtenchirurgie, plastische en reconstructieve aangezichtschirurgie, B-opleider .
1 arts-assistent (Noortje Puts), 2 co-assistenten.
Dit artikel verscheen in het artsenblad van Atrium MC, Medisein, in maart 2005.