De chirurgische kaakcorrectie (osteotomie)
De meest gebitsafwijkingen kunnen door een orthodontist met beugels goed worden gecorrigeerd. Dit geldt ook voor afwijkingen in de stand van de kaak. Vooral tijdens de groei kan dit in het algemeen goed beinvloed worden.
In een aantal gevallen lukt het echter niet om op orthodontische wijze deze afwijkingen te corrigeren. Meestal heeft dit te maken met het groeipatroon van de kaken. Correctie kan dan alleen gerealiseerd worden als, naast een orthodontische behandeling, ook een chirurgische correctie (osteotomie) uitgevoerd wordt. Bij de chirurgische kaakcorrectie wordt de boven- en/of onderkaak in zijn geheel of in gedeeltes los gemaakt en verplaatst naar de gewenste positie.
Enige algemene uitgangspunten zijn:
De mondhygiene moet goed zijn en er moet sprake zijn van een goede medewerking van de patient. Er moet goed orthodontisch voorbehandeld worden. Uiteraard wordt gestreefd naar een mooie tandenrij, maar de tandbogen in de boven- en onderkaak moeten vooral goed op elkaar passen. Dit is van belang voor de latere stabiliteit. Het eindresultaat is van deze stabiliteit afhankelijk. Slechte gewoontes zoals duimzuigen en tongpersen moeten afgeleerd worden. Zonodig zal er verwijzing naar leen logopedist (e) plaats vinden. Voordat er geopereerd kan worden moet de kaak helemaal uitgegroeid zijn. Bij meisjes zal dit zijn rond de 16-18 jaar, bij jongens rond de 18-21 jaar.
Naast een functionele verbetering treedt meestal ook een aanzienlijke esthetische verbetering op. Vrijwel alle operaties gaan via de mond, zodat aan de buitenzijde geen littekens ontstaan.
Alle behandelingen worden onder algehele anesthesie (narcose) uitgevoerd. Het totale behandeltraject duurt ongeveer 2-2,5 jaar.
Diagnostiek
- Poliklinisch onderzoek, soms samen met de orthodontist
- Modelonderzoek
- Foto's
- Rontgenonderzoek (OPG, Cone-beam CT)
- Simulaties met computerprogramma's
Meest voorkomende operaties
- Onderkaak (Obwegeser-Dalpont): Splijting van de onderkaak in de kaakhoek.
- Kinplastiek: De onderrand van de kin wordt losgezaagd en verplaatst.
- Bovenkaak (Le Fort 1): De bovenkaak wordt in zijn geheel losgezaagd en verplaatst.
- Verbredingsoperatie met expander (bij smalle bovenkaken).
Redenen voor behandeling
Bij deze patienten is vaak sprake van een grote overbeet (Klasse II-1), een onregelmatige tandstand, een diepe beet (wat kan leiden tot gebitsverlies in de bovenkaak. doordat de tanden eruit kunnen worden gebeten) enz. Veel patienten hebben het idee, dat de boventanden te ver naar voren staan. Dit is soms wel iets het geval, maar de fout zit vaak in de onderkaak.
De behandeling bestaat uit een orthodontische voorbehandeling van 1-2 jaar. Daarna wordt onder narcose de onderkaak losgezaagd en in de nieuwe positie geplaatst. De kaak wordt vastgezet d.m.v stalen plaatjes, schroeven of soms een staaldraad. Tijdens de operatie wordt een pasvorm gebruikt om de exacte positie van de kaak te bepalen.Soms wordt de operatie gecombineerd met een kinplastiek, met name bij sterk terugliggende kaken.
Aan het einde van de operatie worden soms nog elastieken tussen boven-en onderkaak aangebracht. Dit om de stabiliteit te bevorderen en om de patient te laten wennen aan de nieuwe positie van de kaak.
Het verblijf in het ziekenhuis na de operatie is 1 tot 2 dagen. De verder controles worden poliklinisch afgesproken. Wanneer er ijdens de operatie stalen plaatjes gebruikt zijn. moeten deze soms later verwijderd worden.
Een andere vorm van een terugliggende onderkaak ontstaat als de boventanden in een binnenwaarts gerichte richting groeien (dekbeet,klasse II-2). Dit belemmert de onderkaak in het uitgroeien, hetgeen kan leiden tot een verblokking van de onderkaak.
Bij de orthodontische behandeling worden de tanden naar voren geplaatst en de beet gelicht, waardoor er een overbeet zal ontstaan, omdat de onderkaak terugligt. De operatie is hetzelfde als boven is beschreven.
- Vooruitstekende onderkaak (progenie)
De onderkaak kan sterk naar voren toe uitgegroeid zijn. Deze patienten vinden dat ze een veel te grote kin hebben, wat hun esthetisch vaak problemen bezorgd.
Het probleem kan schuilen in een overontwikkelde onderkaak, maar ook in een onderontwikkelde onderkaak. Vaak gaat dit samen met een open beet, waardoor de alleen de laatste kiezen op elkaar komen.
Afhankelijk van de diagnostiek wordt bepaald of de onderkaak naar achteren wordt verplaatst en/of de bovenkaak naar voren wordt verplaatst. Tijdens de operatie wordt gebruik gemaakt van pasplaatjes om de stand van de kaak zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. De kaakdelen worden vastgezet met stalen plaatjes of schroeven; meestal worden elastieken aangebracht tussen de boven- en onderkaak in de helingsperiode.
Bij een open beet is alleen occlusie(beet) ter plaatse van de laatste kiezen in de onderkaak, waardoor er geen sluiting van de beet kan optreden. Er kan hierdoor sprake zijn van een lang gezicht (long-face). Na orthodontische voorbehandeling wordt meestal de bovenkaak achterin naar boven verplaatst totdat een volledige beet ontstaat. Ook hier is in een aantal gevallen ook een operatie in de onderkaak nodig.
Als de bovenkaak erg smal is, kan deze verbreed worden d.m.v. een sutuur-expansie. De bovenkaak bestaat eigenlijk uit twee gedeeltes, die in het midden met elkaar versmolten zijn, dit een soort naad(sutuur). Op kinderleeftijd kan de kaak meestal gemakkelijk verbreed worden met een expansieplaat.
Op oudere leeftijd is de weerstand van het bot al veel groter geworden en moet de verbreding chirurgisch ondersteund worden.
Onder narcose wordt het bot van de bovenkaak aan de buitenzijde ingezaagd (verzwakt) en in het midden zonodig iets losgemaakt. Tegelijkertijd wordt een schroef in het verhemelte geplaatst, die de patient elke dag enkele slagen moet uitdraaien (per apparaat ontvangt de patient een aparte instructie). De schroef moet langzaam uitgedraaid worden om te zorgen, dat het bot de gelegenheid krijgt om mee te groeien.
Na enkele dagen ziet de patient een spleetje tussen de boventanden ontstaan, die elke dag iets breder wordt. Op dit moment is het noodzakelijk, dat de orthodontist gaat bepalen, hoeveel ruimte hij nodig heeft. Als de gewenste ruimte is bereikt, wordt de schroef vastgezet. Pas als de tandboog gestabiliseerd is wordt de schroef verwijderd.
Een scheve kin, waarbij de kinpunt uit het midden staat, wordt meestal veroorzaakt door een lengteverschil links en rechts in de opstijgende tak(verticale deel) van de onderkaak. Dit ontstaat door een groeiverschil in de kaakkopjes bijvoorbeeld tijdens de groei of na een vroeger ongeval.
Ook kan er een a-symmetrie voorkomen door een verschil in dikte in het kinbot.
Als er geen grote verstoringen in de beet zijn, kan in een aantal gevallen volstaan worden met een kinplastiek, waarbij de onderrand van de kin wordt losgezaagd en verplaatst wordt naar de mediaan, waarna het wordt vastgeschroefd met een stalen plaatje in de gewenste positie.
Soms is een scheve alleen maar een symptoom van een forse afwijking, waarbij de boven en onderkaak zijn betrokken. In deze gevallen moet vaak in de boven- en onderkaak worden geopereerd.
Meestal is een terugliggende kin onderdeel van een groter afwijking, waarbij de gehele onderkaak onderontwikkeld is. Er is dan sprake van een gezicht, waarbij de kin vrijwel direct overgaat in de hals. Er is geen duidelijke kaaklijn waarneembaar. Esthetisch geeft dit vaak problemen.
Bij de behandeling is het vaak nodig om de onderkaak naar voren te verplaatsen en daarnaast nog een kinplastiek uit te voeren.
Een enkele keer wordt gekozen om alleen een kinplastiek uit te voeren, bijvoorbeeld als een patient er tegenop ziet een uitgebreide behandeling te ondergaan.
Nabezwaren
Na de operatie verblijft U op de recovery. Daarna gaat U terug naar de verpleegafdeling. De eerste dagen na de operatie kan uw gezicht fors gezwollen zijn. Het is belangrijk bezoekers van tevoren op de hoogte te brengen van deze zwelling, zodat ze hier niet vreemd van opkijken. Na ongeveer 2 weken is de zwelling verdwenen. Bij onderkaakoperaties kan de onderlip een verdoofd gevoel geven. Dit komt omdat bij de operatie vlak over de gevoelszenuw wordt gewerkt; een enkele keer moet de zenuw vrijgelegd worden. Meestal komt het gevoel na verloop van tijd terug, dit begint meestal met een wat tintelend gevoel. Een enkele keer komt het gevoel niet helemaal terug, maar geeft doorgaans weinig hinder. De lip gaat niet scheef hangen. Bij operaties in de bovenkaak kan soms enige tijd doofheid van de wangen optreden, maar dit verdwijnt vrijwel altijd na verloop van tijd. Soms komt er na de operatie een beetje bloed uit de mond. Bij een bovenkaakoperatie kan er de eerste dagen ook wat bloed uit de neus komen. Het is beter in die periode de neus niet te snuiten. Meestal zitten er elastiekjes tussen de boven- en onderkaak. U krijgt vloeibaar voedsel. De eerste dagen kan het eten moeilijk gaan. De kaakchirurg controleert of de tanden en kiezen goed op elkaar passen. Zonodig zal hij elastiekjes bijplaatsen of lossere elastiekjes aanbrengen. Er worden ook controlefoto’s gemaakt en de mondhygienist bespreekt met U hoe U de mond kunt reinigen en sprayt uw mond schoon.
Weer thuis
Voor de meeste mensen geldt dat ze de eerste twee weken thuis rustig aan moeten doen. Daarna kunt u de activiteiten op het werk en school weer hervatten. Rustig sporten zoals joggen en zwemmen zijn dan ook weer verantwoord. Contactsporten, zoals diverse balsporten en judo kunt u het beste twee maanden niet uitoefenen, evenals zeer zware lichamelijke inspanning. Als u weer thuis bent komt u regelmatig op controle bij de kaakchirurg. Ze kijken dan of uw kaken nog goed op elkaar passen en of de wond goed geneest. De mondhygienist zal uw mond reinigen.De meeste patiënten hebben elastiekjes tussen boven- en onderkaak. Meestal blijven die elastiekjes zes weken zitten. Spreken en eten is dan moeilijker.Wanneer de elastiekjes of de haakjes weggehaald zijn en de mond goed openkan, kan de mondhygienist de tanden polijsten. Vaak zijn de kaakgewrichten in de eerste maanden na de operatie nog wat stijf en kunnen pijnlijk zijn. Het is goed om oefeningen te doen om de kaakgewrichten soepel te houden.
Mondverzorging na een operatieve ingreep in de mond
Goede mondverzorging is na de operatie erg belangrijk. Het versnelt de genezing en het is ook belangrijk voor het gebit. Bovendien voelt u zich ook prettiger met een schone mond. Het reinigen is lastiger door de elastiekjes. De dag na de operatie kunt u beginnen met tandenpoetsen ook als de kaak gefixeerd is door elastieken en ijzerdraadjes.
Het advies is:
- 3 x dgs spoelen met perioaid 0,12%.
- 3 x dgs poetsen met een kleine zachte tandenborstel ( evt. een kindertandenborstel) volgens de Bass methode.
- Monoject 412 spuitje voor het schoonspuiten van de door zwelling moeilijk bereikbare plaatsen en hechtingen.
- Eventueel het gebruik van een monddouche, op de laagste stand en niet op het wondgebied. Of het gebruik van de douchekop of een plantenspuit (water dagelijks verversen).
- Lippen insmeren met vaseline.
U kunt stoppen met perioaid 0,12% spoeling, wanneer u voldoende kunt poetsen.Door het gebruik van de perioaid mondspoeling kunt u een bruine aanslag op uw tong en tanden krijgen.
Voeding
U mag zes weken na de operatie niet kauwen. Het eten moet daarom zacht vloeibaar zijn. Het is verstandig om vaker per dag kleinere porties te eten.In principe kunt u alles eten, alleen niet op de gewone manier. U kunt het eten fijn malen met een blender of staafmixer. Als het fijngemalen voedsel nog te dik is, kunt u dit dunner maken door kookvocht, melk, bouillon of jus toe te voegen.
Als u de voeding door een rietje moet opzuigen, kunt u een stukje van het rietje afknippen, dan kost het minder zuigkracht. Meestal valt men na de operatie een paar kilo af. Het is goed om ervoor te zorgen niet teveel af te vallen, omdat u energie nodig heeft voor een voorspoedig herstel en een goede genezing. Meestal lukt dit met de gewone voeding. Als het nodig is kan de dietist u helpen bij uw voeding.Mondverzorging bij patiënten na een kaakoperatie. De dag na de operatie kunnen patiënten beginnen met de mondverzorging, ook als de kaak gefixeerd is door elastieken of ijzerdraadjes.
Na de operatie
Nadat de zwelling is afgenomen gaat u terug naar de orthodontist voor verdere nabehandeling en stabiliserering van de beet. Op de afdeling kaakchirurgie worden regelmatig controles afgesproken. In een aantal gevallen worden de osteosyntheseplaatjes na een jaar of langer verwijderd. Na 1 en 3 jaar worden eindfoto's gemaakt.