homeover atrium mckwaliteitatrium tvagendalogincontact pers
 
 
Verpleegkunde
Home  → werken en leren  → opleidingen  → Verpleegkunde  → Studenten Info  → Leerstijlen
 

Leerstijlen

Wat is een leerstijl?
Het leren kan echter op allerlei verschillende manieren. Ieder is geneigd een probleem of leertaak vanuit een bepaalde aanpak of strategie te lijf te gaan. De een begint met iets te doen en gaat nadenken als het niet lukt, een ander begint met na te denken en gaat dan pas uitproberen. De manier waarop iemand gewend is een leertaak of probleem aan te pakken noemen we een leerstijl. Leerstijlen zijn niet goed of slecht, omslachtig of doelmatig, nee, ze zijn eenvoudig.

Leerstijlen van Kolb
Iedereen heeft dus zijn persoonlijke leerstijl, dat wil zeggen: een manier van omgaan met leerstof en leeractiviteiten. Er zijn verschillende modellen om leerstijlen in kaart te brengen. Het model van Kolb maakt onderscheid tussen vier leerstijlen: De doener De ontwerper De denker De beslisser.

Ervaring speelt een centrale rol in het leerproces zoals dit door Kolb is geformuleerd. Kolb onderscheidt twee dimensies in het leerproces: concrete ervaringen tegenover abstracte begrippen en actief tegenover passief.

  • Het leren via concrete ervaringen tegenover het leren van abstracte begrippen. De ene mens leert meer door praktijkervaringen op te doen, de ander leert pas als hij de kans krijgt om ervaringen te vertalen in meer algemene begrippen.
  • Het leren door actief bezig te zijn tegenover het leren door het observeren van anderen. De een zal meer baat hebben bij leren door doen, een ander neemt liever wat afstand door eerst de kat uit de boom te kijken. Of: de een gaat het liefst meteen aan de slag, de ander leert van het observeren van praktische gebeurtenissen.

Door deze twee dimensies tegen elkaar te plaatsen, ontstaat de leercyclus van Kolb.

\

De figuur moet worden gezien als een leercirkel. Volgens Kolb is er pas sprake van effectief leren wanneer alle vier fasen uit de leercirkel worden doorlopen. De fase waarmee het leerproces begint kan echter per individu verschillen. 
Hieronder een beschrijving van deze vier fasen, bij elke stap wordt een voorbeeld gegeven.

Aan eerstejaars studenten bouwkunde aan een universiteit wordt als opdracht gegeven een maquette van een woonhuis te ontwerpen. Zij mogen hierbij gebruikmaken van het materiaal dat op de werktafels wordt neergelegd (karton, papier, houten stokjes, lijm, schaar, lineaal en dergelijke). Aan de werktafel zit een aantal studenten.

Doener: Evelien is blij met de opdracht. Ze pakt direct het materiaal en begint te knutselen. Als snel ontstaat er iets wat op een huis lijkt. Een muurtje stort in. Even vindt ze dat ze op dit moment genoeg heeft gebouwd. Ze kijkt om zich heen naar de producten van haar medestudenten. Al rondlopend doet ze nieuwe ideeën op. Dan besluit ze in het boek te gaan kijken. Ze leest enkele paragrafen over kartonverwerking. Ze verzamelt diverse soorten karton en vergelijkt deze met elkaar. Dan kiest ze gedecideerd voor golfkarton en bouwt verder aan het huis…….

Ontwerper : Willemijn kijkt om zich heen en observeert hoe Evelien al snel tot een opzet komt. Ook Bert is al snel aan de slag gegaan, concludeert ze. Hij heeft een wel erg alternatieve keuze gemaakt. Willemijn pakt een boek over beroemde woonhuisarchitecten. Ze bladert er wat doorheen, ondertussen denkend over een mogelijk ontwerp. Dan gaat ze naar de docent en stelt hem enkele vragen over de aard van het te gebruiken materiaal. Na zijn antwoord gaat ze terug naar haar werkplek bekijkt nogmaals het materiaal en kiest vervolgens voor hout. Dan gaat zij aan het werk……………

Denker: Joost pakt zijn literatuur en leest nog even de opgegeven paragrafen door. Hij stelt nog een vraag aan de docent over de theorie en maakt van het antwoord nog enkele aantekeningen in zijn schrift. Dan bedenkt hij hoe hij de opdracht zal gaan uitvoeren. Hij maakt enkele schetsen. Hij kiest voor golfkarton en bouwt zijn woonhuis precies volgens de tekening die hij vooraf heeft gemaakt. Als hij klaar is, zet hij zijn maquette op tafel en kijkt van een afstand toe op zijn product. Dan gaat hij bij zijn medestudenten kijken……..

Beslisser: Rolf besluit een woonhuis met drie woonlagen te maken. Hij kiest er direct voor het model van de docent na te bouwen. Hoewel hij nog niet precies weet hoe hij dat moet doen, probeert hij het toch. Bij de zolderetage krijgt hij problemen. Het lukt hem niet om er een dakkapel op te zetten. Hij gaat bij zijn medestudenten rondkijken om te zien wie er ook met een dakkapel bezig is. Dat blijkt niemand te zijn. Daarom zoekt hij op de computer of hij de constructie van dakkapellen technisch kan geven. Uit de vier methoden die hij vindt maakt hij een keuze………..

Kolb onderscheidt dus vier verschillende leerstijltypen: doener, denker, ontwerper en beslisser. Uitgesproken denkers hebben de neiging om bij een probleembenadering eerst naar de theorie te grijpen. Doeners pakken het probleem direct in de praktijk aan. Het is goed om te beseffen dat bijna niemand bijvoorbeeld een zuivere denker of ontwerper is. De meeste mensen beschikken over een gecombineerde leerstijl, met en lichte voorkeur voor één van de vier genoemde benaderingen. De praktijk leert dat de overige leerstappen meer verwaarloosd worden naarmate de leerstijl meer uitgesproken is. Daarnaast is het goed te bedenken dat ieder probleem een eigen benadering vraagt. Het is dus niet zo dat denken voor ieder probleem de juiste stap is. Ter illustratie: een acuut probleem als plotselinge lekkage is meer gebaat bij een doenersreactie dan bij een denkstrategie! Er zijn ook mensen met een ideale leerstijl: dit zijn degenen die op alle vier de dimensies even hoog scoren en voor wie elke leermethode even effectief is.

\

Leerstijl: De doener
Hij werkt doelgericht, kan goed met mensen opschieten en wil tastbare resultaten. Is graag betrokken bij een proces en voert liefst plannen uit. Richt zich eerder op de informatie van anderen dan op zijn eigen analytische capaciteiten. Kan zich goed aanpassen.  

Doeners leren het beste van

  • direct ervaring opdoen
  •  het oplossen van problemen, nieuwe ervaringen
  • in het diepe gegooid worden met een uitdagende taak

De optimale leeromgeving:

  • uitdagende en spanningsvolle situaties, die om keuzes vragen
  • veel afwisseling in werkvormen
  • plaats voor humor, plezier en ontspanning
  • feedback op eigen actie
  • sfeer en contact is belangrijk
  • vrijheid om snel te reageren

 

Leerstijl: De ontwerper
Een ontwerper wil concrete ervaringen en heeft een groot voorstellingsvermogen. Heeft verbeeldingskracht en fantasie waarmee hij een concrete situatie vanuit verschillende gezichtshoeken kan bekijken en snel verbanden kan leggen tussen een aantal observaties. Het zijn vaak creatieve mensen, die ook ruimte nodig hebben voor het creëren van ideeën.  

Ontwerpers leren het beste van

  • vooraf plannen maken
  • de tijd nemen voor lastige beslissingen
  • de tijd nemen om je ervaringen te overdenken

De optimale leeromgeving:

  • ruimte om ervaringen en gevoelens te uiten
  • tijd om de ervaringen te verwerken
  • mogelijkheden om de groep te leren kennen en gedachten uit te wisselen
  • confrontatie met verschillende visies
  • veilige benadering
  • visuele presentatie van de leerstof

\ 

Leerstijl: De denker / theoreticus
Legt de nadruk op de logische samenhang tussen zaken. Wil begrippen vormen. Zijn grootste kracht is het maken van theoretische modellen. Logica, nauwkeurigheid en denken in heldere, abstracte begrippen staan voorop. Denkers proberen vanuit theoretische modellen naar de werkelijkheid te redeneren.  

 Denkers leren het beste van

  • gestructureerde situaties met duidelijke doelstellingen (congressen, colleges en boeken)
  • als ze de tijd krijgen om relaties te kunnen leggen met kennis die zij al hebben
  • situaties waar ze intellectueel uitgedaagd worden
  • bestuderen van theoretische concepten, modellen en sytemen
  • de kans krijgen vragen te stellen en de basismethodologie, logica etc. te achterhalen

De optimale leeromgeving:

  • duidelijke doelen en helder programma
  • gelegenheid om naar achtergronden te vragen
  • confrontatie met complexe vraagstukken (worden als uitdaging ervaren)
  • orde en rust
  • tijd om zelf met de stof bezig te zijn en deze in eigen kaders te plaatsen

\ 

Leerstijl: De beslisser
De beslisser is gericht op probleemoplossing en technologische toepassing van begrippen, modellen en theorieën. Wordt graag geconfronteerd met problemen waar één juiste oplossing voor gezocht kan worden. Is bij voorkeur doelgericht en planmatig.  

Beslissers leren het beste van activiteiten waar

  • een duidelijk verband is tussen leren en werken
  • ze kunnen richten op praktische zaken
  • ze de kans krijgen dingen uit te proberen en te oefenen onder begeleiding van een expert
  • ze technieken worden getoond met duidelijke praktische voorbeelden

Optimale leeromgeving:

  • duidelijke rode draad in de stof
  • gelegenheid om praktische conclusies te trekken
  • duidelijke relatie tussen leerstof en de eigen praktijk
  • technieken en aanwijzingen om problemen zelfstandig op te lossen deskundige opleiders (moeten het zelf ook kunnen)
  • gelegenheid om met zelf bedacht oplossingen te experimenteren

\ 

Bronnen:
Leren (en) doceren in het hoger onderwijs, A.J. Kallenberg, L. van der Grijspaarde, e.a., uitgeverij LEMMA BV - Utrecht - 2003.

Zelftest Kolb klik hier 

 

   
 
 
home  |  
print  |  
PDF  |