kop
test

Neurologisch

Er valt een 3-tal types van het obstetrisch plexus brachialis letsel te onderscheiden, te weten:

  • een letsel aan het bovenste deel van plexus (type Erbse parese) waarbij de wortels C5, C6 (C7) voornamelijk zijn aangedaan.
  • een letsel aan het onderste deel van de plexus letsel (type Klumpke parese) waarbij m.n. (C7,) C8, Th1 zijn aangedaan.
  • het totale plexus brachialis letsel.

Het obstetrisch plexus brachialis letsel van het type Klumpke wordt nauwelijks gezien. Wanneer het een letsel aan de onderste gedeelte van de plexus brachialis betreft is het meestal een totaal letsel, dat echter in ernst fors kan variëren.

Bij een totaal letsel wordt ook wel eens een zogenaamd syndroom van Horner gezien hetgeen duidt op een letsel van het sympathische (autonome) zenuwstelsel. Een van de opvallendste kenmerken bij een Horner syndroom is een afhangend ooglid.

De Erbse parese is verreweg het meest voorkomend type van de obstetrische plexus brachialis letsels. Bij een letsel aan de het bovenste gedeelte van de plexus (C5, C6 ) is de functie van de schouderspieren en de elleboogbuiger (biceps) aangedaan.

Geschat wordt dat 80-90% van de kinderen met een dergelijk letsel volledig spontaan zal herstellen. De ervaring heeft geleerd dat die kinderen, die spontaan volledig herstellen, meestal snel een actieve elleboogbuiging krijgen (binnen 2-3 maanden na de bevalling). Hoe langer er echter sprake blijft van een verlamming van de schouder en elleboogspieren hoe slechter uiteindelijk de prognose.

Van belang is met nadruk te vermelden dat indien direct na de bevalling de arm van de baby volledig verlamd is en binnen enkele weken er bijv. actieve bewegingen in hand en pols ontstaan dit nog niet wil zeggen dat er geen sprake is van een veel ernstiger letsel aan het bovenste deel van de plexus brachialis is. De hand wordt voorzien van innervatie door het onderste gedeelte van de plexus. Het kan zijn dat dit gedeelte van de plexus brachialis slechts "licht" beschadigd geraakt is gedurende de bevalling, terwijl er zelfs sprake kan zijn van een veel ernstiger beschadiging aan het bovenste gedeelte van de plexus, dat zonder neurochirurgische reconstructie niet kan herstellen. Deze kinderen zullen dan op dezelfde manier behandeld moeten worden als kinderen met na de bevalling alleen tekenen van een beschadiging aan het bovenste gedeelte van de plexus, dat echter na 3 maanden nog geen tekenen van spontaan herstel aan schouderspieren en biceps vertoont.