Wanneer uw kind naar huis mag heeft u altijd een ontslaggesprek met de verpleegkundige. Tijdens dit gesprek komen diverse onderwerpen aan de orde. Heeft u vragen stel ze dan gerust.
Wanneer naar huis
De kinderarts bepaalt in overleg met u wanneer uw kind mee naar huis gaat. Voor ontslag krijgt u van de verpleegkundige informatie over voeding, gebruik van medicijnen, behandeling en leefregels. Tevens krijgt u een afspraak voor controle op de polikliniek Kindergeneeskunde.
De kinderarts informeert uw huisarts schriftelijk over de opname, het ziekteverloop en ontslag van uw kind. Dit wordt opgestuurd met de post. De verpleegkundige vult een formulier in voor de wijkverpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) en kraamverzorgende van de Zorggroep Thuis. Indien u hier bezwaar tegen hebt geef dit dan door aan de verpleegkundige.
Nazorg
Het is heel goed mogelijk dat, vooral in het begin, thuis nog vragen bij u opkomen over het wel en wee van uw kind. U kunt dan contact opnemen met de huisarts, de wijkverpleegkundige jeugdgezondheidszorg of de couveuseafdeling van het ziekenhuis.
Afhankelijk van uw ziektekostenverzekering hebt u na ontslag eventueel recht op couveuse nazorg. De gespecialiseerde kraamverzorgende maakt u vertrouwd met de dagelijkse verzorging van uw kind en helpt u op weg tijdens de eerste dagen dat uw kind thuis is. Indien u voor deze mogelijkheid in aanmerking wenst te komen neem dan contact op met uw ziektekostenverzekeraar voor inlichtingen en vergoedingen. Meer hierover kunt u lezen in de folder “Nazorg na opname in de couveuse of op de couveuseafdeling”.
Praktische tips
Als uw kind na een korter of langer verblijf op de couveuseafdeling naar huis mag, rijzen er vaak praktische vragen. Daarom enkele adviezen en tips die voor u en uw kind van toepassing kunnen zijn in de thuissituatie.
Voeding
Als uw kind naar huis gaat, krijgt het meestal 7 of 8 voedingen. Bij ontslag wordt (in overleg met de kinderarts) met u besproken hoeveel voeding uw kind nodig heeft. Deze hoeveelheid geldt in ieder geval tot de eerstvolgende controle bij het consultatiebureau of de kinderarts.
In het ziekenhuis is uw kind wellicht gewend geraakt aan de voedingstijden van het ziekenhuis. In de thuissituatie kunt u deze tijden handhaven of langzaam aanpassen aan u eigen dagritme.
Borstvoeding
Krijgt uw kind borstvoeding dan mag hij in principe drinken naar behoefte. Aan de tevredenheid van uw kind merkt u snel of uw kind voldoende voeding krijgt. Let er wel op dat uw kind ± 6 plasluiers per dag heeft. Zo weet u zeker dat het kind voldoende voeding heeft binnen gekregen. Een kind dat borstvoeding krijgt heeft meestal zachte ontlasting. Het aantal poepluiers kan variëren van één in de zes dagen tot zeven luiers per dag. Zolang u uw kind volledig of meer dan de helft borstvoeding geeft, moet u uw kind elke dag extra vitamine K en vitamine D geven. Dit is nodig omdat in borstvoeding de hoeveelheid van deze vitaminen te laag is. Vitamine D is goed voor de botontwikkeling van uw kind en vitamine K heeft het nodig voor de bloedstolling. Deze vitaminen zijn in druppelvorm verkrijgbaar. U geeft de vitaminen via een lepeltje of druppelt de vitamines rechtsreeks in het wangzakje van uw kind. Bij ontslag heeft u een recept voor deze vitamines ontvangen.
Flesvoeding
Krijgt uw kind flesvoeding dan is het belangrijk de instructies op de verpakking te volgen. De voeding moet per fles klaargemaakt worden. In Nederland kan gewoon leidingwater gebruikt worden.
Het opwarmen van de flessen kan met behulp van een flessenwarmer, magnetron of au-bain-marie.
Bereide zuigelingenvoeding mag niet langer dan 1 uur op kamertemperatuur bewaard worden.
Controleer altijd of de voeding op de juiste temperatuur is door bijvoorbeeld een druppel voeding op de binnenkant van uw pols te laten vallen. Flessen en spenen moeten direct na gebruik omgespoeld worden met koud water. Daarma dienen ze goed schoongemaakt te worden met heet water en een afwasmiddel. Voor de binnenkant van de fleas wordt een speciale borstel gebruikt. Fles en speen kunnen meestal ook in de vaatwasser.
Temperatuur
Het is belangrijk dat u de eerste dagen thuis de temperatuur van uw kind in de gaten houdt. Een temperatuur tussen de 36.7 en 37.4 graden is goed. Wanneer de temperatuur van uw kind aan de hoge kant is haalt u een dekentje weg of kleedt u uw kind minder warm. Als de temperatuur van uw kind aan de lage kant is kunt u bijvoorbeeld een kruik of een extra molton in bed leggen. Leg de kruik altijd op de dekentjes en met de dop naar beneden!
Buiten wandelen
U kunt met uw kind buiten wandelen. Ook als het wat kouder is kan dat prima. U kleedt uw kind normaal aan ( pakje, jasje en mutsje) en legt uw kind in een voorverwarmde kinderwagen. Bij vorst kunt u eventueel een extra deken in de wagen leggen. Let er wel op dat uw kind het niet te warm krijgt, want dat is ook niet goed. Pas altijd op voor tocht, daar kan uw kind absoluut niet tegen. Let er in de zomer op dat u uw kind beschermt tegen de zon.
Verzorging
Enkele tips:
Wassen met zeep is niet elke dag nodig, dit kan ook alleen met water.
Bij een droge en schrale huid kan badolie of bodylotion worden gebruikt.
Wanneer uw kind last heeft van luieruitslag (rode billen) kunt u het beste de plaats van de luieruitslag dun insmeren met babyzalf. Eventueel kunt u uw kind vaker verschonen.
Slaaphouding
De couveuseafdeling van het ziekenhuis (en ook de thuiszorg) adviseert iedereen om zijn of haar kind op de rug te laten slapen. Draai het hoofdje afwisselend naar links of rechts.
Huilen
Het is normaal dat uw baby wel eens huilt. Probeer in eerste instantie een oorzaak te vinden voor het huilen en neem, indien mogelijk, deze oorzaak weg. Verder worden baby’s door koesteren bijna altijd rustig.
Oorzaken van het huilen kunnen zijn:
- Honger;
- Een vieze luier;
- Er zit een boertje dwars, na de voeding;
- Darmkrampjes. Is dit het geval huilt uw kind hard en hardnekkig en maakt een gespannen indruk;
- Uw kind zoekt contact;
- Door een of andere reden is uw kind uit zijn doen;
- Overgang naar een ander voedingsritme of regeldagen bij borstvoeding;
- Het is te warm of te koud.