Adviezen over de omgang met een gebitsprothese
Uit eigen ervaring weet u dat een gebitsprothese een aantal problemen met zich mee brengt. U kunt er bijvoorbeeld beduidend minder hard mee kauwen en u heeft een iets verminderde smaak en tastzin. De gebitsprothese kan irriteren, pijn veroorzaken, of erg los zitten. Aan een aantal aspecten van de prothese kunt u zelf niets doen; hiervoor zult u professionele hulp moeten zoeken. Er zijn echter een aantal problemen die uzelf kunt trachten te voorkomen. Hieronder worden een aantal richtlijnen gegeven die de prothese beter "draagbaar" kunnen maken.
Onderhoud
Maak er een gewoonte van om uw prothese zowel aan de binnenzijde als buitenzijde geheel te reinigen. Voedsel en speekselproducten hebben zich gewoonlijk na een korte tijd aan het gebitsoppervlak genesteld en zorgen ervoor dat nieuw materiaal zich nog makkelijker aan de prothese 'hecht". Indien deze producten langere tijd aanwezig blijven, krijgen bepaalde bacteriën en schimmels de kans zich te ontwikkelen en te vermenigvuldigen. Bacteriekolonies of schimmels zijn met het oog niet waarneembaar, veroorzaken weefselreacties of ontstekingen, en laten zich bovendien niet met gewone middelen verwijderen. Gewoonlijk hebben bacteriën en schimmels enige dagen nodig om zich uit te breiden. Dus het verdiend aanbeveling in ieder geval dagelijks, maar bij voorkeur na ieder maaltijd, te reinigen.
Door de prothese schoon te maken met een zeepproduct wordt het oppervlak niet alleen gereinigd, maar bovendien zodanig behandeld dat nieuwe verontreiniging minder snel een kans heeft. Met een harde nagel- of een protheseborstel kunt u in alle hoeken en gaatjes komen en na afspoelen met koud water is de zeepsmaak geheel verdwenen.
Handmatige reiniging van de prothese met een borstel, water en handzeep verdient de voorkeur boven het gebruik van zogenaamde reinigingsvloeistoffen waarin de prothese enige uren dient te verblijven. Deze vloeistoffen, die worden verkregen door reinigingstabletten in water op te lossen, bevatten chemicaliën die het prothesemateriaal aan kunnen tasten en een onvoldoende reinigende werking uitoefenen.
Let op dat de prothese bij reiniging niet uit de vingers glipt en leg uit voorzorg iets in de wasbak zodat bij een eventuele val geen beschadigingen optreden.
Tengevolge van tandsteen, bepaalde voedingsgewoonten, of medicijnen kunt u aanslag op de prothese krijgen die niet verwijderbaar is. Maak bij de controle uw tandarts hierop attent, zodat de prothese professioneel gereinigd en gepolijst kan worden. Het gebruik van sterk slijtende reinigingsmiddelen wordt afgeraden, omdat de prothese hierdoor ruwer wordt. Hierdoor wordt juist meer aanslag vastgehouden
Mondhygiëne
Zelfs als u tandeloos bent is het verstandig een goede mondhygiëne te blijven uitoefenen. Door het slijmvlies van onder- en bovenkaak en vooral ook de tong, met een zachte tandenborstel, eventueel met wat tandpasta, te borstelen, reinigt u niet alleen de mond maar verbetert u via deze massage tevens de doorbloeding van het slijmvlies. Heeft u een gevoelige mond, probeer dan samen met de tandarts achter de oorzaak hiervan te komen. Spoeldrankjes werken voornamelijk op de symptomen en halen de oorzaak meestal niet weg.
‘s Nachts in of uit?
U doet er goed aan uw prothese tijdens het slapen uit te laten. Gedurende de slaap bestaat er een grote kans dat onbedoeld geklemd of geknarst wordt, waarmee grote krachten gepaard gaan. Het weefsel onder uw prothese is hier slecht tegen bestand, waardoor ontstekingen en botverlies op kan treden. Dit proces wordt nog eens ernstig versterkt door een matige hygiëne of een slecht passende prothese; dit laatste kunt u best wel eens niet in de gaten hebben. Daarnaast geeft u door uw prothese enige tijd uit te laten het slijmvlies de kans te ontspannen waardoor een betere bloedvoorziening wordt bewerkstelligd.
Tot slot is tijdens rust de speekselafgifte duidelijk verminderd, waardoor de reinigende werking die hier van uit gaat sterk afneemt. Indien u om sociale of andere redenen er erg veel moeite mee heeft uw prothese geheel uit te laten, overweeg dan om alleen de onderprothese uit te laten.
Bewaar de prothese na reiniging in een afgesloten bakje rnet een paar druppels water. Hierdoor ontstaat een vochtig milieu, waardoor de prothese niet kan uitdrogen. Leg de prothese nooit helemaal in water, want dat bevordert kalkaanslag op de prothesebasis. Sommige tandartsen adviseren om enige druppels azijn aan de bewaarvloeistof toe te voegen, zodat eventuele kalkaanslag (tandsteen is ook een soort kalkafzetting) rnakkelijk verwijderbaar is. Hiernaar is echter nimmer onderzoek gedaan. In ieder geval is het verstandig de bewaarvloeistof dagelijks te verversen, zodat micro-organismen geen kans krijgen.
Over kauwen en bijten.
Veel mensen hebben een voorkeurszijde waarmee gekauwd wordt. Als die voorkeurszijde ook bij de prothese gebruikt wordt dan worden de onderliggende mondweefsels onevenredig belast. Dit heeft negatieve gevolgen op het houvast van de prothese en tevens op het kauwpatroon. Daarom moet u zich aanleren zeer bewust aan beide zijden te kauwen. Dit is een moeizaam proces dat zeker enige weken oefenen vergt. U dient zich ervan bewust te zijn dat uw kauwkracht door het tandeloos raken en het enkelzijdig kauwen, in de loop van de tijd circa 5-maal geringer kan worden. Door dubbelzijdig te kauwen traint u uw kauwspieren beduidend meer en neemt de kauwkracht veel langzamer af.
Tevens moet u uzelf afleren om met de voortanden iets af te bijten. De voortanden maken met opzet nauwelijks tot geen contact. Te grote krachten in het frontgebied veroorzaken een overbelasting van het onderliggende bot, dat juist in dit gebied erg snel kan slinken. Hierdoor verliest de prothese zijn houvast. Het aantal kiezen dat u heeft gekregen is minder dan het menselijk gebit normaal telt. U mist in de prothese de verstandskies en de tweede grote kies. Ook is in veel gevallen de tweede kleine kies naar achteren verplaatst en hebben de kiezen een ander vorm dan u van uw eigen elementen gewend bent. Hieraan liggen technische redenen ten grondslag. De onderprothese kan bij teveel opgestelde elementen te snel verschuiven, doordat kauwkrachten achterin de mond de pothese laten kantelen. Pijnklachten in de onderkaak aan de tongzijde en het los raken van de prothese, zijn dan vaak voorkomende klachten. De vorm van de kiezen is zodanig dat u bij het malen van het gebit overal evenveel contact blijft houden, waardoor de kaak gelijkmatig belast wordt. Dit bevordert het houvast op langer termijn. In de meeste gevallen worden door ons porseleinen tanden en kiezen gebruikt, omdat deze beduidend minder snel slijten. Deze elementen zijn echter bros en kunnen bij een val gemakkelijk breken. Om speciale redenen kunnen kunsthars elementen overwogen worden. Zeker als de kaken nog erg hoog zijn, is met kunsthars beter te werken. De nieuwe generatie kunsthars kiezen slijten veel minder snel.
Raakt een tand of kies los dan kunt u die laten repareren. Gebeurt dit regelmatig, neem dan contact op met de tandarts omdat er dan meestal sprake is van een verkeerde belasting.
Gebruik van kleefcrème wordt beslist niet ontraden als het u helpt over een bepaalde drempel te komen. Het chronisch gebruik van deze middelen om een slechte pasvorm of een gebrekkig houvast te compenseren is echter onjuist Zoals eerder aangehaald heeft een slechte pasvorm een negatief effect op de onderliggende structuren. Door kleefcrème te gebruiken kunt u uw kaak te zwaar op een mogelijk verkeerde manier belasten. Overleg daarom in voorkomende gevallen het gebruik van deze middelen met uw tandarts.
Controle
Het is verstandig uw gebitsprothese en vooral uw slijmvlies regelmatig te laten inspecteren. Slijtage van de prothese ontdekt u meestal zelf, echter veranderingen van de mondweefsels geschieden geleidelijk zonder dat u het merkt. Zoals eerder vermeld geven irritatie en ontstekingen aanleiding tot een versnelde afbraak van het bot. Uit preventief oogpunt is het verstandig een dergelijk proces vroegtijdig te voorkomen. Laat de prothese en uw mond in ieder geval om de twee jaar controleren. Het kan zijn dat de tandarts het nodig vindt uw prothese aan te passen door de prothese op te vullen (relining of rebasing). Dit kan meestal in een dag geschieden. Is er zoveel bot geslonken dat de protheses niet goed meer op elkaar komen, dan kan de prothese worden 'overgezet". Dit proces duurt meestal enige dagen. Een nieuwe prothese is nodig als de prothese vaak breekt, of als de kiezen in het geheel niet goed meer op elkaar komen en u te diep bent gaan dicht bijten. Omdat het slinkproces geleidelijk gaat bent u zich hiervan niet direct bewust. Uw omgeving zal u er echter wel eens op kunnen attenderen dat u "dieper bent gaan dichtbijten", of dat uw "gezicht wat ingevallen" lijkt.
Protheses kunnen 5, 10 soms wel 15 jaar meegaan. De beslissing om een prothese te vervangen moet door u en uw tandarts genomen werden. In voorkomende gevallen is het verstandig uw tandarts eerder te raadplegen. Hieronder volgt een lijstje van klachten die mogelijk voor u als leidraad hiertoe kan dienen:
- irritatie of pijn
- loszittende gebitsprothese(s),
- vochtige of chronisch ontstoken mondhoeken,
- esthetisch probleem met de stand van de tanden of kiezen,
- kauw- of spraakproblemen,
- vermoeid of pijnlijk gevoel van de kaken of aan de zijkant van het hoofd,
- pijn bij het oor of kaakgewricht,
- gevoel van misselijkheid of kokhalsneiging bij het dragen van de prothese,
- frequent voorkomende reparaties.
Mochten uw klachten in dit rijtje niet voorkomen, schroom dan toch niet hierover in contact te treden met uw tandarts.
Tot slot nog enige algemene opmerkingen
Een gebitsprothese is een noodoplossing die voor veel mensen soelaas biedt. De meeste mensen kunnen er gelukkig goed mee overweg, anderen hebben er grote problemen mee. Of het dragen van de prothese voor u een succes zal worden, hangt van erg veel factoren af. Merkwaardig genoeg heeft uzelf hierop nauwelijks invloed. Dit komt omdat de aanpassing op de veranderde gebitsituatie bij de mensen onderling erg verschilt. De één zal een appel kunnen afbijten, de meeste prothesedragers kunnen dit echter niet. Sommige mensen durven de prothese niet zonder kleefcrème te dragen, terwijl anderen met een veel slechter houvast geen enkele moeite met de prothese hebben. Behoort u tot de categorie gebitsdragers die weinig problemen kent dan heeft u geluk en biedt deze folder u een leidraad voor de toekomst. Heeft u echter veel problemen met uw gebitsprothese, dan dient u tandheelkundige hulp te zoeken.