In Nederland krijgen 4 van de 10 mannen en 3,5 van de 10 vrouwen kanker. Als iemand te horen krijgt dat hij of zij kanker heeft, is dat een bijzonder schokkende gebeurtenis. De gevolgen van de ziekte, maar ook het ondergaan van medische onderzoeken en behandelingen en de onzekerheid over wat er verder gaat gebeuren, hebben grote invloed op hoe iemand zich voelt, zowel lichamelijke als geestelijk.
Voor de meeste patiënten met kanker, ongeveer driekwart, is de voorlichting, communicatie en ondersteuning van bijvoorbeeld verpleegkundigen en artsen toereikend. Voor het overige deel is daarnaast gespecialiseerde psychosociale zorg nodig. Die zorg biedt de poli Psychosociale Oncologie ('Aesclepios').
Psychosociale oncologische zorg is er op gericht om patiënten met kanker, maar ook hun partner, familie en/ of vrienden hulp te bieden op psychisch en sociaal gebied. Tijdige herkenning van problemen en verwijzing naar de juiste zorgverlener levert een bijdrage aan de kwaliteit van leven na de confrontatie met kanker. Het gaat er om dat behandelaars de patiënt en diens naaste(n) helpen zich zo goed mogelijk aan te passen aan de door de ziekte ontstane nieuwe levenssituatie. In dit aanpassingsproces draait het er voor de patiënt en diens dierbaren om te zoeken naar een acceptabel evenwicht tussen draagkracht en draaglast.