kop
test

Slokdarm operatie

Slokdarmoperatie voor kwaadaardige slokdarmaandoeningen

De duur van de symptomen bedraagt voor de meeste patiënten ongeveer 3 weken tot 6 maanden. Na deze periode komen de patiënten pas in het ziekenhuis. Het merendeel van de slokdarmkankers komt voor tussen de 50 en 80 jaar. Het is dus meer een ziekte van de oudere patiënt. De plaats van de slokdarmkanker is belangrijk voor de behandeling. Er zijn drie gebieden te onderscheiden:

 

<typolist type="1">

het halsgebied

het deel van de slokdarm in de borstholte

het deel van de slokdarm net boven en onder het middenrif

</typolist>

 

 

Bij 88% van de patiënten bevindt het gezwel zich in de slokdarm, welke in de borstholte zit. Het merendeel van de patiënten met slokdarmkanker heeft ook een begeleidende ziekte, bijvoorbeeld ziekten van hart en longen.

Het probleem bij slokdarmkanker zijn de toenemende slikklachten, welke zonder behandeling kunnen uitlopen in het totaal niet meer kunnen slikken. Wanneer er geen behandeling volgt, wordt het onmogelijk voor de patiënt om zijn voedsel en zelfs zijn speeksel weg te slikken. Aangezien dit speeksel makkelijk overloopt uit de slokdarm in de luchtpijp vindt er nog al eens aspiratie in de longen plaats. Dit kan leiden tot ernstige longontsteking en overlijden. Bij de operatie wordt de slokdarm meestal voor plus minus 80 procent weggenomen.

Voor het herstel van de voedselpassage tussen de keel en de darmen gebruiken wij zoveel mogelijk de maag. De rede hiervoor is de uitstekende bloedvoorziening van de maag. De verbinding tussen de slokdarm en de maag wordt in de hals gemaakt indien mogelijk. Is dit niet mogelijk dan wordt een verbinding tussen slokdarm en maag in de borstholte rechts gemaakt.

 

 

Ligging van de slokdarm

De slokdarmkankers in het middelste deel van de slokdarm, welke gelegen is in de borstholte.

Het gevaar van deze gezwellen is een ingroei van het gezwel in de luchtpijp en in de grote lichaamsslagader. Vooral de ingroei in de luchtpijp kan een fistelvorming doen ontstaan, waarbij gemakkelijk voedsel in de luchtpijp kan lopen. Dit geeft aanleiding tot onbehandelbare hoestaanvallen en het vollopen van de longen met vocht, met als gevolg ernstige longontstekingen. Het verwijderen van de slokdarmkanker lukt meestal wel, de operatie is echter groter omdat zowel buikholte als borstholte geopend moeten worden. Als het gebruik van de maag om de verbinding met de slokdarm te maken niet mogelijk is kan men de dikke darm gebruiken om een nieuwe verbinding te maken tussen de slokdarm in de hals en de darmen.

 

 

Schema buismaag na slokdarm verwijdering, met naad in de hals

De slokdarmkankers in het gedeelte van de slokdarm dat gelegen is in de hals

Dit zijn 6% van alle voorkomende slokdarmgezwellen. Ook hier kan men de hele slokdarm met gezwel verwijderen en vervangen door de maag, uit de buik omhoog te halen, en in de hals te verbinden met de rest van de slokdarm. Eveneens kan men dit doen met een stuk dikke darm. Hierbij wordt dan een verbinding gemaakt tussen de slokdarm in de hals en de maag.

 

Verwijderen van de slokdarm zonder de borstholte open te maken

Dit kan alleen als het gezwel niet vastgegroeide is aan vitale organen, zoals hart luchtpijp en de grote lichaamsslagader. Het doel van deze operatie is het herstel van het slikvermogen en hierbij wordt er van tevoren van uit gegaan dat genezing van de slokdarmkanker dubieus is. Het nadeel hiervan is dat men niet weet of men ook lymfklieren met uitzaaiingen weghaalt. Het voordeel is dat de borstholte niet opengemaakt hoeft te worden. Dit betekent dat de grootte van de operatie geringer wordt.

 

Complicaties die optreden bij slokdarmoperaties

Vijftig procent van de complicaties wordt veroorzaakt door longontstekingen. Als de slokdarmnaad gelegd kan worden in de nek komen er eigenlijk weinig complicaties voor. Bij een slokdarmnaad in de borstholte rechts kan makkelijker een lekkage van de slokdarm – maag verbinding voorkomen (naadlekkage). De slangen die in de borstholte gelegd zijn moeten dan ook veel langer blijven zitten tot de naadlekkage zich sluit. Bij een naadlekkage kan de voedselinname enige tijd niet meer langs de gewone weg plaatsvinden. Er zal tijdelijk kunstmatig gevoed moeten worden via een infuus of een slangetje rechtstreeks in de dunne darm via de buikwand.

Het is zeer belangrijk voor deze operaties om na de operatie fysiotherapie en ademhalingsgymnastiek te geven.

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook bij slokdarmoperaties zijn de normale risico’s: nabloeding, wondinfectie, naadlekkage en longontsteking. Bij een nabloeding kan met spoed een nieuwe operatie nodig zijn.

 

Na de operatie

Direct na de operatie bent u door een aantal slangen met apparaten verbonden:

<typolist type="1">

Eén of twee infusen voor vocht- of voedingstoediening.

Een slang door de neus die via de slokdarm in de maag ligt en zorgt dat het maagsap wordt afgezogen.

Een slang in de buik voor afvoer van bloed en inwendig vocht.

Een slang in de borstholte, als de slokdarm-maag naad in de borstholte gemaakt moet worden.

Een blaaskatheter

</typolist>

 

Afhankelijk van uw herstel, worden deze slangen na de operatie verwijderd.

Ongeveer één week na de operatie is het weefselonderzoek bekend. De uitslag kan u dan eventueel in aanwezigheid van uw familie meegedeeld worden. De uitslag van dit weefselonderzoek zegt iets over de uitgebreidheid van de aandoening. Het houdt niet in, dat aan de hand daarvan uw vooruitzichten precies kunnen worden voorspeld.

 

Ontslag

Als alles goed gaat kunt u veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle. Het herstel duurt zeker nog twee maanden na de operatie. Voor vragen kunt u altijd terecht op de polikliniek heelkunde.

Röntgenfoto´s na reconstructie met maag en dikke darm, met naad in de hals