Wat te doen?
Als een kind bij de geboorte de arm niet normaal beweegt, dit niet samenhangt met een botbreuk in de buurt van de schouder en een plexusletsel wordt vastgesteld, is het nog niet duidelijk of er een spontaan herstel mogelijk is. Meestal wordt dat pas duidelijk na enige tijd afwachten. In vele gevallen verbetert in de dagen na de geboorte de situatie en wordt de arm steeds beter bewogen. Soms is het herstel gedeeltelijk: de hand en pols worden weer bewogen, doch de bovenarm en schouder slechts ten dele. Een enkele maal verbetert zelfs de volledige uitval niet.
Experts hanteren de volgende vuistregels: volledig herstel is nog mogelijk indien elleboogbuigen door functie van de biceps- en deltoideus-functies pas op de leeftijd van 2 maanden beginnen terug te keren. Als het herstel van biceps- en deltoideus-functies pas op de leeftijd van 3 à 3,5 maand merkbaar wordt, zal het herstel incompleet zijn, doch is vaak nog redelijke functionaliteit te verwachten.
Indien de bicepskracht op 5 maanden leeftijd nog niet zeer krachtig (M3) is, zal het resultaat op den duur onbevredigend blijken te zijn. Mede op grond hiervan wordt bij blijvende verlamming van de elleboogbuigers op de leeftijd van 3 a 4 maanden bij kinderen met goede bewegingen van de pols en vingerbuigende spieren en soms al voor de leeftijd van 2 maanden bij kinderen met een blijvende totale verlamming, nader onderzoek en operatie geadviseerd. Ondanks intensieve fysiotherapie kunnen sommige kinderen namelijk toch niet goed herstellen.

