1. Afwijking

Het plaveiselcelcarcinoom (PCC) vormt ongeveer 10% van alle vormen van huidkanker.

Deze vorm van huidkanker komt vooral voor bij de oudere persoon, vanaf de leeftijd van 60 jaar.

Het PCC groeit sneller dan het basaalcelcarcinoom. Wanneer het PCC niet behandeld wordt zaait het uiteindelijk wel uit. Meestal zaait de tumor eerst uit naar de lymfeklieren.

Er zijn een aantal factoren die bij het ontstaan van een plaveiselcelcarcinoom een rol spelen:

  • Blootstelling aan ultraviolette straling. Hiermee is te verklaren dat PCC vooral optreedt aan de zon blootgestelde delen van het lichaam zoals het gelaat, de kale schedel, onderarmen en handruggen.
  • Huidtype, met name type I en II.
  • Erfelijkheid.
  • Afweersysteem. Mensen met een verlaagd afweersysteem (bijv. AIDS, orgaantransplantaties) hebben een verhoogd risico op de ontwikkeling van een PCC.

2. Onderzoek

Een PCC ontstaat vaak uit een premaligne laesie. Dit is een huidaandoening die nog geen kanker is (vertoont nog geen dieptegroei), maar dit wel kan worden. Actinische keratose (zie afbeelding) is een voorbeeld van een premaligne huidafwijking die kan leiden tot een PCC. Het betreffen kleine, veelal ruw aanvoelende verhoornde plekjes van de huid.

In deze ruwe plekjes ontstaan rose-rode knobbeltjes die groeien en bedekt zijn met een schilferkorstje: een plaveiselcelcarcinoom.

3. Diagnose

De diagnose kan vaak op het blote oog worden gesteld. Toch wordt vaak een stukje van het verdachte weefsel verwijderd. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Deze ingreep noemt men een biopsie.

De voordelen van een biopsie:

  • meer zekerheid over de diagnose;
  • de patholoog is in staat te bepalen in welk stadium het PCC zich bevind. Dit laatste is met name van belang voor de te kiezen behandelvorm en de prognose.

4. Behandeling

Er bestaan diverse behandelmethoden om een PCC te verwijderen. De keuze van behandeling is afhankelijk van een aantal factoren, en vereist een individuele aanpak:

  • groeiwijze van de tumor
  • grootte van de tumor
  • lokalisatie van de tumor
  • nieuwe tumor of een zogenaamde recidief tumor ( teruggekeerd na eerdere behandeling)
  • leeftijd, algemene conditie en de medicatie van de patiënt
  • wensen en bezwaren van de patiënt

De behandeling van een plaveiselcelcarcinoom kan bestaan uit:

A. Chirurgie

  • Excisie: het wegsnijden van de tumor onder plaatselijke verdoving. Het weefsel wordt opgestuurd naar de patholoog voor controle (tijdsduur totdat de uitslag bekend is bedraagt ongeveer 1 week). Daarna vindt (voorlopige) sluiting plaats door hechting.
  • Mohs micrografische chirurgie: het laagsgewijs verwijderen van de tumor. Aansluitend vindt iedere keer microscopische controle met behulp van vriescoupes plaats. Dit wordt herhaald totdat de tumorplaats geheel tumorvrij is. Daarna vindt (definitieve) sluiting plaats. Deze techniek vindt alleen in gespecialiseerde (academische) centra plaats.

 B. Radiotherapie (bestraling)

5. Nazorg

 Na behandeling van een plaveiselcelcarcinoom blijft een patiënt tien jaar onder controle.

Tijdens deze bezoeken wordt hij onderzocht op een recidief tumor, op nieuwe PCC's en op eventuele vergrote lymfeklieren.

Nacontrole-schema plaveiselcelcarcinoom
Eerste jaar iedere twee maanden, tweede jaar iedere drie maanden, derde jaar iedere vier maanden, jaar vier en vijf iedere zes maanden, jaar zes t/m tien éénmaal per jaar.

Tevens vindt regelmatig bloedonderzoek en een röntgenfoto van de longen plaats.

Patiënten bekend met meerdere PCC's worden levenslang gecontroleerd.

Preventie

Belangrijk is het treffen van preventieve maatregelen ter voorkoming van de ontwikkeling van nieuwe huidtumoren:

  • Gebruik zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (minimaal factor 20)
  • Vermijd gebruik zonnebank, en de zon zoveel mogelijk tussen 11.00 en 15.00 uur.
  • Kleding biedt de beste bescherming. Denk ook aan een zonnehoed, pet of klep.




plaveiselcelcarcinoom


actinische keratosen wang