Home  → patiënten & bezoekers  → aandoening & behandeling

Diabetes mellitus


Bij mensen met diabetes mellitus blijft de bloedsuikerspiegel niet stabiel. Zij hebben regelmatig te veel of te weinig suiker in hun bloed. Vandaar de naam suikerziekte.

Normaal zorgt het hormoon insuline dat er altijd ongeveer evenveel suiker in het bloed zit. Bij diabetes mellitus gaat dit mis. Het eerste wat u daarvan merkt is heel veel dorst en veel plassen.

Er zijn twee soorten diabetes:

  • Diabetes mellitus type 1 : de alvleesklier maakt geen of te weinig insuline. U moet dan extra insuline spuiten. Doet u dat niet, dan krijgt u ernstige hyperglykemie . Diabetes type 1 ontstaat meestal bij kinderen.
  • Diabetes mellitus type 2 : de alvleesklier maakt gewoon insuline, maar het lichaam reageert er niet meer op. Daardoor krijgt iemand een hoge bloedsuiker (hyperglykemie ). Op andere momenten heeft hij juist een lage bloedsuiker (hypoglykemie ). Meestal komt deze ziekte door overgewicht of door een hoge leeftijd. Een dieet is vaak genoeg. Soms zijn ook medicijnen nodig.

Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes tijdens de zwangerschap.

diabetes insipidus is een heel andere ziekte.

Mensen met diabetes moeten langs hun huisarts voor een medische verklaring voordat ze een rijbewijs mogen halen. De medische verklaring moet u laten zien aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen .
Krijgt u door uw diabetes soms plotseling een hypoglykemie waardoor u (bijna) flauwvalt? Dan mag u helemaal niet autorijden.

Hebt u geen last van plotselinge hypoglykemieën, dan kan de keuringsarts van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen u voor één tot vijf jaar goedkeuren. Daarna moet u opnieuw langs uw huisarts voor een medische verklaring.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen .