Home  → patiënten & bezoekers  → Aandoening & behandeling

Nierziekten


Wat is een nierziekte?

Bij mensen met een nierziekte werken de |nieren (P9)| niet goed. Veel nierziekten zijn verraderlijk omdat ze lange tijd geen klachten veroorzaken. De meeste mensen krijgen pas klachten als de nieren al erg ziek zijn en niet meer kunnen herstellen.

Er zijn veel verschillende nierziekten. Voorbeelden zijn |nierstenen (P2)|, |nierbekkenontsteking (P1)|, |nierfilterontsteking (P3)| en |cystennieren (P13)|.
Sommige nierziekten zijn chronisch, andere gaan weer over.

De nieren zijn belangrijk voor het lichaam. Als de nieren erg ziek zijn en niet meer gezond worden, kan het lichaam allerlei problemen krijgen.

Hoe merkt u dat u een nierziekte hebt?

Bepaalde nierziekten veroorzaken pijn. |nierstenen (P3)| kunnen bijvoorbeeld heftige buikkrampen veroorzaken. Ook bij een |nierbekkenontsteking (P4)| kunt u last hebben van pijn en koorts. 

Maar de meeste nierziekten veroorzaken weinig of geen klachten. Veel mensen hebben dan ook een nierziekte zonder dat ze dat weten. Het lichaam krijgt pas problemen als de nieren nog maar voor een derde deel werken. Welke verschijnselen kunt u dan krijgen?

  • U houdt vocht vast in uw armen, benen en/of gezicht.
  • U hebt een droge mond.
  • U plast meer of minder dan anders. Ook de kleur van de plas kan veranderen. Soms ruikt de urine anders dan normaal of ziet hij er schuimend uit.
  • U voelt u moe en ziek. Ook kunt u last hebben van jeuk, spierkrampen, vergeetachtigheid, misselijkheid en een droge huid. Dit komt doordat afvalstoffen zich ophopen in uw lichaam.
  • U hebt |bloedarmoede (P1)|.
  • U hebt een |hoge bloeddruk (P2)|. 

Hebt u een of meer van deze klachten? Dan is het verstandig om naar uw huisarts te gaan.

Hoe ontstaat een nierziekte?

Nierziekten kunnen op verschillende manieren ontstaan:

  • Er zijn ziekten die ervoor zorgen dat de nieren niet goed meer werken. Bijvoorbeeld |diabetes mellitus (suikerziekte) (P1)|, een |hoge bloeddruk (P2)|, |Alport syndroom (P3)| en |lupus erythematodes (LE) (P4)|. Er gaat iets niet goed in het lichaam en daardoor worden de nieren ziek.
  • De nieren zelf kunnen ook ziek worden. Voorbeelden van dit soort nierziekten zijn |cystennieren (P5)|, |nierfilterontsteking (P10)|, het |nefrotisch syndroom (P6)| en |nierkanker (P7)|. De oorzaak ligt dan in de nier zelf. Waarom de nieren ziek worden, verschilt per ziekte.
  • Soms gaan de nieren slecht werken door een ziekte in de urinewegen. Voorbeelden zijn blaasontsteking (bacteriële |urineweginfecties (P8)|) en |nierstenen (P9)|.

Hoe stelt de arts vast dat u een nierziekte hebt?

Hebt u bepaalde klachten die kunnen wijzen op een nierziekte? Dan onderzoekt de arts uw bloed en uw urine. Ziet de arts hieraan dat uw nieren niet goed werken, dan krijgt u een verwijzing naar een specialist. Meestal is dat een nefroloog, een arts die zich heeft gespecialiseerd in nierziekten. Of een uroloog, een arts die alles weet van nieren en urinewegen.

De specialist vraagt u naar de voorgeschiedenis van uw klachten. Daarna krijgt u een of meer onderzoeken. De meest voorkomende onderzoeken voor de nieren zijn:

  • |urineonderzoek (P1)|;
  • |bloedonderzoek (P12)|
  • |röntgenonderzoek van de nieren (P3)|;
  • |echo (P9)| van de nieren;
  • |nierbiopsie (P4)|;
  • |CT-scan (P5)|;
  • |MRI-scan (P6)|;
  • |röntgenonderzoek van de bloedvaten (P13)|;
  • |cystoscopie (P7)|;
  • |nucleair onderzoek (P11)|.

Behandeling van nierziekte

De meeste mensen met een nierziekte krijgen eerst medicijnen of een dieet. De bedoeling is dat de nieren weer gezond worden, of in ieder geval niet verder achteruit gaan.

Welk dieet u krijgt hangt af van de nierziekte die u hebt:

  • een |zoutarm dieet (P5)| bij hoge bloeddruk of als u te veel vocht vasthoudt;
  • een |eiwitverrijkt dieet (P7)| bij nefrotisch syndroom;
  • een |eiwitbeperkt dieet (P6)| bij nierfilterontsteking.

Bij |hemodialyse (P4)| mag u niet te veel eiwitten, natrium, kalium en vocht binnenkrijgen. Tegelijkertijd mag u ook geen tekorten van deze stoffen hebben. Verder moet u zorgen voor voldoende vitaminen en mineralen. Daarom is begeleiding door een diëtist noodzakelijk.
Bij |peritoneale dialyse (P8)| is in principe geen dieet nodig.

Soms helpen medicijnen en een dieet niet. De nieren werken steeds minder goed. De arts noemt het op een gegeven moment '|nierinsufficiëntie (P3)|': dan werken de nieren echt te weinig. U krijgt dan misschien andere medicijnen.

Als nog maar een tiende deel van de nieren werkt, is een zwaardere behandeling nodig. U krijgt dan |dialyse (P1)| en u komt waarschijnlijk op de wachtlijst voor een |niertransplantatie (P2)|. Het dialyse-apparaat of de donornier neemt de werking van uw eigen nieren over. Zonder deze behandeling vergiftigt het lichaam zichzelf. Dat is dodelijk.

Het is ook mogelijk dat uw nieren tijdelijk heel slecht werken. U krijgt dan ook een tijdje dialyse, zodat de nieren weer beter kunnen worden. Dialyse betekent dus niet altijd dat de nieren ziek blijven.

Kunt u met een nierziekte kinderen krijgen?

Mensen met slecht werkende nieren zijn minder vruchtbaar. Dat geldt voor mannen en vrouwen. Als de nieren niet goed werken, gaat de productie van hormonen namelijk ook niet helemaal goed.


De kans op zwangerschap hangt af van de ernst van de nierziekte. Vrouwen bij wie de nieren nog redelijk goed werken, worden gewoon ongesteld. Zij hebben een vrijwel normale kans om in verwachting te raken. Vrouwen met een ernstigere nieraandoening worden soms lange tijd niet ongesteld. Vrouwen met een zeer slechte nierwerking moeten dialyseren. Zij hebben slechts een kans van 1 op 100 om zwanger te raken.
Ook mannen met een nierziekte kunnen minder vruchtbaar zijn. Zij kunnen eventueel zaad laten invriezen, om later |kunstmatige inseminatie (KI) (P2)| mogelijk te maken.

Of de zwangerschap goed verloopt hangt ook af van de ernst van de nierziekte. Bij een sterk verminderde nierwerking is de kans op een miskraam of een vroeggeboorte groot.

Bepaalde klachten (zoals een |hoge bloeddruk (P1)|) kunnen tijdens een zwangerschap erger worden. U hebt ook meer kans op |zwangerschapsvergiftiging (P3)|. Het is belangrijk de risico's van een zwangerschap voor moeder en kind goed af te wegen. Uw arts kan u daarbij helpen.

Nierziekte en seksualiteit

Bij veel mensen met een nierziekte verandert hun seksuele leven. Dat is vooral zo bij mensen met |nierinsufficiëntie (P1)|. Zij hebben minder zin in seks en zijn seksueel minder actief. Dit kan een groot probleem zijn. 

De seksuele problemen kunnen verschillende oorzaken hebben:

  • Een lichamelijke oorzaak. Doordat u zich niet lekker voelt, hebt u geen zin in seks. Dat is bijvoorbeeld zo bij bloedarmoede of gebruik van bepaalde medicijnen. De zin in seks kan ook verdwijnen doordat uw hormoonproductie in de war is.
  • Een psychologische oorzaak. U voelt u bijvoorbeeld angstig of |depressief (P2)| door uw ziekte. Hierdoor hebt u geen zin in seks.

Veel mannen met een nierziekte hebben problemen met het krijgen van een erectie en een orgasme. Bij veel vrouwen wordt de vagina niet vochtig genoeg tijdens het vrijen. Hierdoor doet het vrijen pijn.

Hebt u geen zin in seks of hebt u problemen bij het vrijen? Uw specialist (nefroloog) kan misschien vaststellen of de |seksuele problemen (P3)| een lichamelijke oorzaak hebben. Er zijn dan verschillende behandelingen mogelijk.

Patiënten- en belangenorganisaties nierziekten

Nederland heeft verschillende organisaties die informatie geven over nierziekten, dialyse en niertransplantatie.

De |Nierstichting Nederland (O1)| geeft voorlichting over nierziekten en behandelingen.

De |Nierpatiëntenvereniging LVD (O3)| geeft informatie over nierziekten, behandelingen, en over allerlei dagelijkse gevolgen van een nierziekte (hoe zit het bijvoorbeeld met werk, inkomen en studie?).

Verantwoordingstekst nierziekten

De informatie over nierziekten is algemeen. Hebt u nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts.

De teksten zijn gebaseerd op:

  • informatie van de Nierstichting Nederland;
  • informatie van de Nierpatiënten Vereniging nederland;
  • Meer, J. van der e.a. (red.) (2010). Interne geneeskunde. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.