
Postpartum depressie
Geen roze wolk, maar somberheid en een futloos gevoel. Een op de tien nieuwe moeders heeft hier een paar maanden na de bevalling last van. Het heet een postpartum depressie of postnatale depressie.
Vrouwen met een postpartum depressie huilen veel, voelen zich heel somber en ongelukkig, zijn in de war en prikkelbaar. Ze zijn extreem moe, slapen slecht en hebben vaak geen trek in eten. Ze hebben het gevoel tekort te schieten en de nieuwe situatie niet aan te kunnen.
De klachten lijken op de huildagen na de bevalling (baby blues). Maar zulke huildagen zijn normaal; daar hoeft u zich niet te veel zorgen over te maken. Na twee weken is die somberheid verdwenen.
Bij een postpartum depressie is het anders: die begint drie tot vier maanden na de bevalling en duurt langer.
Wacht daarom niet af als u depressieve klachten hebt. Praat met vrienden, andere nieuwe moeders of uw huisarts. Zorg dat u tijd voor uzelf hebt door af en toe bijvoorbeeld een vriendin op uw kind te laten passen. Misschien hebt u meer hulp nodig. Praat dan in ieder geval met uw huisarts. Zij kan u verwijzen naar bijvoorbeeld een psycholoog . Sommige vrouwen hebben medicijnen (antidepressiva ) nodig.
Een enigszins geruststellende gedachte is dat een postpartum depressie overgaat. De een voelt zich na enkele maanden weer beter, bij de ander duurt het een jaar voor het zover is.
Er zijn situaties die de kans op een postpartum depressie verhogen. Wanneer hebt u extra kans op een postpartum depressie?
- Er komen depressies voor in uw familie.
- Uw moeder heeft een postpartum depressie gehad.
- U hebt eerder een psychische ziekte gehad.
- U wilt graag dat iedereen u aardig vindt.
- U zorgt goed voor anderen, maar niet voor uzelf.
- U offert uzelf vaak op.
- U wilt alles perfect doen.
- U hebt moeite om met gevoelens om te gaan.
- De relatie met uw partner of ouders is niet goed.
- U bent gevoelig voor hormonale schommelingen.
De verschijnselen van een postpartum depressie zijn te vergelijken met die van een gewone depressie :
- ernstige, langdurige somberheid;
- huilbuien;
- weinig zelfvertrouwen, het gevoel niks waard te zijn;
- snel geïrriteerd zijn en woede-uitbarstingen;
- in de war zijn;
- slechte eetlust of juist te veel eetlust;
- slapeloosheid of juist heel veel willen slapen;
- hyperventilatie;
- angst;
- vermoeidheid;
- concentratieproblemen;
- gespannenheid;
- pijn.
U beleeft bovendien misschien weinig plezier aan uw baby. Het idee dat u eigenlijk heel blij zou moeten zijn, maakt het nog extra moeilijk.
Een postpartum psychose geeft nog ernstigere verschijnselen en begint sneller na de bevalling.
Er zijn verschillende oorzaken waardoor een vrouw een postpartum depressie kan krijgen:
- Aanleg voor depressies. De geboorte van een kind is ingrijpend en emotioneel. Een vrouw met aanleg voor depressies zal er eerder door uit haar evenwicht raken.
- Hormonale veranderingen.
- Een verstoorde schildklier werking.
- Verstoring van de vitaminen- en mineralenhuishouding.
Verder is de kans op een depressie het grootst bij vrouwen die een hele hoge verwachting hebben van het moederschap. Zij stellen vaak ook hoge eisen aan zichzelf. Vrouwen met een realistische verwachting zullen minder gauw depressief raken.
Bij een postpartum depressie hebt u rust nodig. Zorg ervoor dat u hulp hebt bij de zorg voor uw kind en in het huishouden. Laat uw partner ook voor de baby zorgen en vraag bijvoorbeeld een vriendin om af en toe op te passen. Zelf kunt u er dan even uit: even alleen winkelen, ergens koffie drinken of bijvoorbeeld een uurtje sporten. Het kan zijn dat u thuiszorg nodig hebt.
Verder is het goed om over uw gevoel te praten, al vindt u dat waarschijnlijk moeilijk. Veel moeders praten er sowieso niet makkelijk over dat ze het moederen niet altijd even leuk vinden. U hoeft u niet schuldig te voelen dat u zich zo voelt. Praat erover met uw partner, met een goede vriend(in), met uw huisarts, een maatschappelijk werker of met lotgenotes.
Lukt het niet om u zo wat beter te gaan voelen? Dan is gesprekstherapie bij bijvoorbeeld een psycholoog een mogelijkheid. Uw huisarts kan u verwijzen.
Sommige vrouwen krijgen medicijnen. Dat zijn meestal antidepressiva . Soms zijn hormonen, vitaminen en mineralen nodig.
Het hangt van het medicijn af of u borstvoeding kunt blijven geven. De medicijnen komen ook in de moedermelk terecht. Dat kan schadelijk zijn voor uw kind. In dat geval mag u geen borstvoeding meer geven. Uw arts vertelt u of u wel of geen borstvoeding kunt blijven geven. Wilt u heel graag borstvoeding blijven geven? U kunt uw arts vragen of zij medicijnen kan voorschrijven die niet gevaarlijk zijn voor de baby. Dat is niet altijd mogelijk, maar u kunt er altijd naar vragen.
U kunt de kans op een postpartum depressie verkleinen door gezond te eten (met veel kalk en vitamine B6). Neem veel rust voor uzelf en zorg dat er na de bevalling geen ingrijpende veranderingen in uw leven voorkomen (zoals een studie gaan doen of verhuizen).
Hebt u al eerder een postpartum depressie gehad? Het is mogelijk om direct na de bevalling hormonen te krijgen die depressieve klachten tegengaan. Hoe lang de behandeling duurt, hangt af van de ernst van de klachten.
Informatie over postpartumdepressie en kraambedpsychose vindt u op Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap. Voor meer informatie over een postpartumdepressie kunt u ook kijken op www.psychowijzer.nl.
Er is een lotgenotensite voor vrouwen die een kraambedpsychose hebben meegemaakt: http://pppsychose.come2me.nl/. Deze site is gemaakt door vrouwen die zelf een kraambedpsychose hebben gehad.
Op http://www.ouders.nl/pnd.htm kunt u een (niet gratis) boekje bestellen over postnatale depressie.
De informatie over postpartum depressie en kraambedpsychose is algemeen. Het kan zijn dat uw situatie anders is. Hebt u nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts.
De teksten zijn gebaseerd op:
- Kraamtranen. Alles over postnatale depressies, PMS en andere hormonale problemen. Engels, E. Huizen: Pica (2008).
- Het Medisch Handboek (2002). Orde van Medisch Specialisten. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers;
- Beers, M. H. e.a. (Red.) (2005). Merck Manual Medisch Handboek. Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu Van Loghum;
- informatie van het Fonds Psychische Gezondheid.
