Home  → patiënten & bezoekers  → aandoening & behandeling

Borstontsteking


Borstontsteking komt meestal voor bij vrouwen die borstvoeding geven. Maar ook vrouwen die geen kind hebben gekregen kunnen er last van hebben. Een borstontsteking kondigt zich aan doordat u in uw borst een rode, pijnlijke plek krijgt die hard aanvoelt. De oorzaak is een verstopping van een melkkanaaltje. Verder kunt u ook koorts krijgen en u wat grieperig voelen.

Een borstontsteking geneest vaak vanzelf. Neem rust, houd uw borst warm voordat u gaat voeden en blijf vooral ook doorgaan met voeden. Borstvoeding blijven geven helpt namelijk bij de genezing. Als de klachten na een paar dagen niet verdwenen zijn, is het verstandig om even bij uw huisarts langs te gaan.

Bij de volgende verschijnselen moet u ook uw huisarts raadplegen:

  • de borstontsteking komt zeer plotseling op;
  • beide borsten zijn ontstoken;
  • de tepel ziet er geïnfecteerd uit;
  • er komt bloed of pus uit de tepel;
  • er zijn striemen in de buurt van de ontstoken plaats te zien.

Waarschijnlijk krijgt u een antibioticum dat niet schadelijk is voor uw kind.
Als blijkt dat uw baby spruw (een schimmelinfectie in de mond) heeft, schrijft de huisarts een antischimmeldrankje voor. Zelf krijgt u een crème voor uw tepels.


Een andere naam voor borstontsteking is mastitis.

Bij een borstontsteking zijn er één of meer melkkanaaltjes verstopt geraakt, bijvoorbeeld doordat er wat ingedroogde melk in blijft zitten. De melk kan niet goed doorstromen en loopt terug in het borstweefsel. Daar hoopt de melk zich op wat vervolgens een ontsteking veroorzaakt.

Een verstopping van een melkkanaal ontstaat doordat:

  • de baby niet goed aan de borst ligt en de melk er niet goed uitdrinkt;
  • de tijd tussen twee voedingen te lang is, bijvoorbeeld doordat uw baby 's nachts doorslaapt of doordat u de borstvoeding (te snel) afbouwt;
  • de pauzes tussen de voedingen onregelmatig zijn;
  • de borst steeds op dezelfde plek wordt ingedrukt, bijvoorbeeld door een te strakke of omhooggeschoven beha, door knellende kleding of doordat u de borst tijdens het voeden steeds indrukt om het neusje van uw baby 'vrij te houden';
  • een restje opgedroogde melk een tepelopening afsluit;
  • de borsten te koud worden waardoor de melkkanalen en bloedvaten zich samentrekken.
  • u oververmoeid bent of last hebt van stress. De borstvoeding stroomt dan minder goed door en de baby drinkt de borst minder goed leeg.
  • uw kind een schimmelinfectie (spruw) heeft. U herkent dit aan de witte aanslag in de mond van uw kind; de tepelhof van de borst ziet er soms glanzend uit of schilfert.

Vaak is er voor borstontsteking niet één oorzaak aan te wijzen, maar spelen meer factoren een rol.

U kunt zelf een aantal dingen doen om een borstontsteking te voorkomen:

  • Kijk of uw baby goed aan de borst ligt, dat wil zeggen: helemaal op de zij, met het hele lijfje naar u toe (buik tegen buik). Bovendien moet de baby zeker twee à drie centimeter van de tepelhof in de mond nemen. Wisselende houdingen tijdens het voeden kunnen ervoor zorgen dat ook andere melkkanalen eens goed geleegd worden.
  • Leg voor elke voeding een warm washandje of warme handdoek op uw borst. De warmte zorgt voor een goede doorbloeding van de borst en verwijding van de melkkanalen, waardoor een verstopping makkelijk oplost. Een warme douche en tijdens het douchen de pijnlijke plekken masseren helpt vaak ook goed. Soms krijgt u het advies om pijnlijke borsten te koelen, bijvoorbeeld met een koude natte handdoek of bevroren nat maandverband in een washandje. Bij sommige vrouwen werkt dit pijnstillend. Pas echter vóór de voeding altijd de warmtebehandeling toe.
  • Masseer tijdens het voeden de pijnlijke plekken met draaiende bewegingen in de richting van de tepel.
  • Voed uw baby regelmatig (elke twee tot drie uur) en lang genoeg om de borst goed leeg te laten drinken. Laat de baby vooral vaak aan de pijnlijke borst drinken. Soms wil het kindje dat echter niet. Dit komt omdat de melk uit een ontstoken borst zouter smaakt. Kolf dan regelmatig af tot de baby deze borst weer accepteert.
  • Vermijd plaatselijke druk op de borsten, zowel tijdens de voedingen als tussendoor. Draag daarom goedpassende beha's en schuif de beha niet omhoog maar maak deze open.
  • Doe kalm aan en rust meer. Als u koorts hebt kunt u het beste in bed blijven liggen.
  • Controleer uw borsten minstens een keer per dag op harde plekken.
  • Wees hygiënisch. Vrouwen die al wat langer voeden worden vaak wat nonchalanter wat hygiëne betreft. Vervang lekdoekjes op tijd en was regelmatig uw handen. Wees echter niet té hygiënisch: overmatig gebruik van zeep of crèmes kan de natuurlijke weerstand van de tepelhuid verstoren.
  • Eet gezond en regelmatig.

Voor hulp bij en informatie over borstontsteking kunt u terecht bij de vrijwilligersorganisaties Vereniging Borstvoeding Natuurlijk en Borstvoedingorganisatie LLL . Medewerkers van deze organisaties zijn ervaringsdeskundig en hebben een opleiding gevolgd voor dit werk. Beide organisaties houden informatiebijeenkomsten en hebben een telefonische hulpdienst.

De Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen is de beroepsorganisatie van lactatiekundigen. Lactatiekundigen helpen u bij problemen met voeden.

De informatie over borstontsteking is bedoeld als aanvulling op het gesprek met uw arts. Deze algemene informatie kan niet altijd recht doen aan iedere individuele situatie. Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts.

De teksten zijn gebaseerd op:

  • informatiemateriaal van Vereniging Borstvoeding Natuurlijk;
  • informatiemateriaal van Borstvoedingsorganisatie LLL.