Deelkwalificatie 402

Deelkwalificatie 402: Verpleegtechnische handelingen

 

De afgestudeerde kan de verpleegtechnische handelingen uitvoeren met inachtneming van de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen, procedures en voorschriften.

De eindtermen hebben betrekking op de zorgvrager met beperkte zelfzorgmogelijkheden.

Bij de eindtermen dient de beroepshouding (zie deelkwalificatie 204) geïntegreerd te worden.

 

Eindtermen

 

01 De afgestudeerde kan de eigen rechtspositie omschrijven ten aanzien van de

voorbehouden handelingen (volgens wet? en regelgeving).

Dat betekent:

1 weergeven wat een voorbehouden handeling is;

2 de betekenis van een voorbehouden handeling omschrijven;

3 ten aanzien van voorbehouden handelingen de consequenties voor het

eigen gedrag omschrijven.

 

02 De afgestudeerde kan een zorgvrager helpen bij de opname van voeding

en vocht.

Dat betekent:

1 sondevoeding toedienen.

 

03 De afgestudeerde kan een zorgvrager helpen bij de uitscheiding.

Dat betekent:

1 een stoma verzorgen;

2 een zorgvrager met een suprapubische catheter verzorgen.

 

04 De afgestudeerde kan medicijnen toedienen*.

Dat betekent:

1 het medicijngebruik controleren;

2 het medicijngebruik registreren:

3 medicijnen uitzetten;

4 medicijnen toedienen:

- oraal

- rectaal

- vaginaal

- via de huid

- via de slijmvliezen

5 medicijnen toedienen:

- via de luchtwegen

6 medicijnen toedienen per injectie:

- subcutaan

- intramusculair

- intraveneus

7 medicijnen in opgeloste vorm toedienen via een infuussysteem/

toedieningssysteem;

8 een perifeer infuus inbrengen;

9 oplossingen en verdunningen maken.

* De eindtermen 1 t/m 4 zijn ook opgenomen bij '302: Basiszorg'.

05 De afgestudeerde kan wonden verzorgen*.

Dat betekent:

1 rode wonden verzorgen;

2 gele wonden verzorgen;

3 zwarte wonden verzorgen;

4 zwachteltechnieken toepassen;

5 een zorgvrager met decubitus en/of smetten verzorgen;

6 wonden met hechtingen verzorgen;

7 wonden met drains verzorgen;

8 hechtingen en tampons verwijderen;

9 wonddrains verwijderen.

* De eindtermen 1 t/m 2 zijn ook opgenomen bij '302: Basiszorg'.

 

06 De afgestudeerde kan een tracheacanule en een tracheastoma verzorgen.

 

07 De afgestudeerde kan vloeistoffen parenteraal toedienen.

Dat betekent:

1 vloeistoffen toedienen via een perifeer infuus;

2 vloeistoffen toedienen via een centraal infuus;

3 een infuuspomp en een spuitpomp bedienen;

4 een transfusie uitvoeren.

 

08 De afgestudeerde kan zorgvragers met blaascatheters en maagsondes

verzorgen.

Dat betekent:

1 catheteriseren van de blaas;

2 een blaascatheter verzorgen;

3 een maagsonde inbrengen;

4 een maagsonde verzorgen.

 

09 De afgestudeerde kan zuurstof toedienen.

 

10 De afgestudeerde kan de lichaamstemperatuur van een zorgvrager regelen

door middel van koude? of warmtebehandeling.

 

11 De afgestudeerde kan orgaanspoelingen uitvoeren.

Dat betekent:

1 blaasspoelingen uitvoeren;

2 maagspoelingen uitvoeren;

3 een vagina irrigeren;

4 een stoma irrigeren;

5 darmspoelen.

 

12 De afgestudeerde kan een mond? en keelholte uitzuigen.

 

13 De afgestudeerde kan punkties verrichten.

Dat betekent:

1 venapunktie toepassen;

2 hielprik toepassen bij neonaten.

14 De afgestudeerde kan deelnemen aan onderzoek en behandeling door

andere disciplines.

Dat betekent:

1 monsters verzamelen ten behoeve van diagnostiek:

- steriele monsters;

- niet?steriele monsters;

2 assisteren bij chirurgische behandelingen;

3 assisteren bij intern/neurologisch onderzoek;

4 assisteren bij andere therapieën gericht op het instandhouden of

verbeteren van somatische functies.

 

15 De afgestudeerde kan adequaat reageren bij ongevallen en in

onvoorziene situaties.